Naar DSP        Rasbegeleiding Duitse Schoonheidspostduif 2010                                    Naar RBC

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                 

 

 

De Duitse Schoonheids Postduif het afgelopen showseizoen.

De kwaliteit van de DSP in Nederland is stabiel, toetsing aan het hoge niveau in Duitsland is er ook weer geweest de uitslagen wijzen uit dat de we daar goed mee kunnen doen  met onze Nederlandse duiven.

Prettig om te constateren dat het bij beoordelingen in Nederland door clubkeurmeesters nu ook weer zo is dat winnende duiven in Duitsland ook hier mede tot de winnaars behoren, dit was  in het recente verleden niet altijd het geval.

Voor wat betreft de jongdierenkeuring in Nijmegen, lof voor de keurmeesters van de DSP die op een juiste manier de duiven hebben beoordeeld en naar waarde hebben ingeschat.

Type en stand (60 % van de beoordeling) is, mits de duif gewend is aan een kooi, altijd goed te beoordelen.  Natuurlijk is het zo dat tijdens de jongdierenkeuring nog lang niet alle duiven uitgeruid zijn. De verhoudingen van standhoogte en lengte verbeteren nog wat met uitgroeien van de laatste slagpennen,(staartlengte duimbreedte van eind staartpennen). Het moment dat ze nog op 2 slagpennen staan moet de kopbelijning praktisch in orde zijn, een minimale tekortkoming hoeft dan niet direct tot puntenaftrek te leiden. Het komt dan uiteindelijk toch aan op de details die de verschillen moeten maken in de beoordeling, hier werd goed mee om gegaan. 

Op de districtshows en op de clubshow waren behoorlijke aantallen DSP ingeschreven, de keuringen aldaar gaven een wat wisselend beeld te zien.  Als aandachtspunten kwamen naar voren in de beoordeling de hals- en beenlengte, de wrat, de oogranden en het borstbeen.  Hier werd niet altijd een juiste omschrijving gegeven, dat geeft soms de indruk van een verkeerde beoordeling terwijl dit waarschijnlijk niet zo bedoeld is.

Hals en beenlengte moet beoordeeld worden als een eenheid omdat deze lengte gelijk moet zijn, dus fraaie hals- en beenlengte als de lengte correct is. Ontbreekt er hals of beenlengte dan is het al naar gelang de afwijking ZG of G hals , en beenlengte met de wens meer lengte in hals of benen.

De vorm van de hals wordt net als die van de benen apart weergegeven als daar aanleiding voor is, bv.  een te dikke hals of wat wijde beenstand.

De wratlengte wordt nog wel eens onterecht weergegeven als te kort, vooral bij de duivinnen, als de bepoedering aan de onderzijde bij de snavel onvoldoende is. Dat is optisch bedrog; de wrat lijkt daardoor korter maar is het niet, het is dan een minpunt dat verkeerd wordt weergegeven. Er was zelfs een winnende doffer met een mooie lange wrat die in feite een minpunt had, omdat de bepoedering niet voldoende doorliep. Ook wordt er wat weinig op gelet dat de wrat een hartvormige inkeping behoort te hebben, deze moet toch echt aanwezig zijn. 

De oogranden werden hier en daar omschreven als te licht maar daar kan beslist geen sprake van zijn bij de DSP, er worden witte tot lichtgrijze oogranden verlangd. Het is mogelijk  dat er wat teveel wit of lichtgrijs zichtbaar is en dat dit bedoeld is. Maar dan is er sprake van niet aansluitende bevedering om de oogrand, dit is een punt in mindering  bij duiven die geheel uit geruid zijn.

Rode of gele aanslag en donkere oogranden zijn uit den boze bij de DSP en geven ook een punt in mindering.

Fokker: Berend Beekhuis

Keurmeester: Dennis van Doorn