Naar GH            Verslag RBC van de Giant Homer

 

De Giant Homer in het tentoonstellingsseizoen 2010/2011.

 In de Geflugel Zeitung van 24 juni 2011 stond een terugblik op het afgelopen seizoen door keurmeester Trepte, speciaalclubkeurmeester van Giant Homerclub Duitsland. Er wordt melding gemaakt van 5 clubshows, waaronder een voor Giant Homerclub Duitsland voor de eerste maal in het buitenland gehouden clubshow. Deze werd gehouden bij de FSC in Leeuwarden, Trepte meldt hierover: In Leeuwarden hadden onze fokkersvrienden Clas (Klaas) de With en Jan Suk een clubshow georganiseerd tijdens de jubileumshow ter ere van het 75 jarig bestaan van de Friesche Sierduivenclub. Het was een succes en een geslaagde presentatie van ons ras in Nederland. De 135 ingezonden Giants onderstreepten dit. Een groot compliment voor de organisatoren en inzenders die deze clubshow tot een succes maakten.

Hoogtepunt was echter de Clubshow in Halle/Saale (Sachsen-Anhalt). Samen met de fokkers van Duitse Schoonheidspostduiven en die van Show Homers werd daar de hoofdclubshow gehouden. De 364 ingezonden dieren waren weliswaar  geen record, maar gezien het aantal van het vorige seizoen, toch weer een stap vooruit.

De huidige topfokkers waren allemaal aanwezig en de lat lag er erg hoog. Na de wat tegenvallende presentatie een week eerder in Leipzig, was hier een duidelijk hoger kwaliteitsniveau zichtbaar. De keuring werd verricht door O. Krumradt, H. Slechte, A. Schwanitz en M. en A. Trepte.

18 witte bevestigen de hedendaagse trend. 50 % van de dieren kwamen niet hoger dan G. Opgerichte stand, wratdruk, lang in gezicht (voorkop), foutieve vleugeldracht, brede staart en vlakke borst, waren de meest voorkomende wensen en gebreken.

Verheugend was het dat de blikvangers onder de jonge dieren zaten. Een jonge doffer van Dietrich liet een mooi wigvormig type en fraaie kop zien. Oogrand en vleugeldracht lieten echter niet meer dan 94 punten toe. De overwinning in deze klasse ging naar een prachtige jonge duivin van Esching. Nog iets gladder in halsbevedering en ze had het hoogste predicaat gekregen.

2 van de 3 dunnen waren miskleuren. Ook het derde dier toonde nogal wat tekening op het schild. Type en kop waren in orde. In rood liefst 25 stuks. Krachtige type dieren met bij een gedeelte ook mooie koppen. Ook de snavelsubstantie was bij het merendeel in orde. In de schaduw van de gelen heeft deze kleurslag zich prima ontwikkeld.

In 7 gevallen was het de aandachtspuntfout halsplooi die het predicaat ZG verhinderde. Veel voorkomende wensen betroffen: korter in achterpartij, langer in hals, staart beter gesloten, wrat beter ingebouwd, kleur zuiverder, voller in borst. Bij 2 jonge duivinnen werd een vrouwelijkere uitstraling gewenst!? Een typische, korte wigvormige jonge doffer van Plank kwam tot F. Alleen de relatief korte hals verhinderde het hoogste predicaat. Bij de jonge duivinnen won een F-dier van Karsten. Bij een mooi type en kop met strak aanliggende halsbevedering en wigvormige halsvorm liet alleen de iets aangelopen snavel het hoogste predicaat niet toe.

14 gele in een kwaliteit die de moeite waard was. Krachtige lichamen, brede kop en zuivere kleur werden meermaals getoond. Veel voorkomende wensen en fouten waren, kopprofiel geronder, achterpartij korter, stand horizontaler, neusdoppen beter ingebouwd, halsbevedering gladder en de verfoeide halsplooien. Een jonge doffer miste nog een iets gladdere halsbevedering voor een U. Een jonge duivin van dezelfde fokker kreeg wel een verdiende U. Niet onbelangrijk is te vermelden dat de hoogst beoordeelde dieren (U en 4x F) allemaal jonge dieren waren.

10 zwarten toonden zich met verbeterde kleur en merendeels krachtige figuren. Iets breder in borst en korter in achterpartij werd meermaals gewenst. Een jonge doffer van Glenzki werd door de vleugeldracht van het hoogste predicaat afgehouden.

8 dominant roden lieten meestal een krachtig en kort type zien. Naast zg koppen hadden de topdieren ook een krachtige snavelpartij. Dieren met lange achterpartij, te weinig breedte in voorkop en kopronding konden geen zg halen. Winnaar in deze klasse was een fraai dier in type, stand en kop van Beuke.

103 blauw zwartgebanden onderstrepen de populariteit van deze kleurslag. Alle topfokkers gaven acte de presence en de lat lag erg hoog. Vaste bevedering aan kop en hals, prachtige types met sterke koppen en prima snavelsubstantie werden veelvuldig getoond. Een verbetering waren ook de vele relatief korte dieren. Deels kunnen de wratten beter ingebouwd worden en ook op de snavelrug wat voller. Dieren die het ondanks alle pluspunten in het kopprofiel laten zitten hebben geen kans op hoge predicaten. Belangrijk is ook dat het geslacht herkenbaar is aan type, kop en uitstraling. Herhaaldelijk ontpopten zich op de 3e tentoonstellingsdag vermeende duivinnen als doffer. Dat is meestal geen boze opzet van de inzender, maar heel eenvoudig aan het vrouwelijk aanzien of de late ontwikkeling van sommige doffers, toe te schrijven.

Aan correcte rugafdekking moet weer meer aandacht worden geschonken. Dieren met vlakke borst, lange achterpartij, brede staart, vlakke voorkop, weinig schedelhoogte en te weinig snavelsubstantie, kunnen geen ZG meer halen.(Sachse 2xU, 2xF, Reichert, Arndt, Wolfgram ieder 1xF)

9 Andalusisch blauwe konden gezien worden in type en stand en kleur. Door wensen zoals betere slagpenstructuur, vaster in bevedering, gladdere neusdoppen kan niet meer dan 94 punten worden gehaald. Opgerichte stand en grove oogranden stoorden.

11 Indigo gebanden  bevielen in type, bij een aantal kon echter de houding horizontaler. Bij de jonge dieren moet weer meer op een korte voorkop en meer snavelsubstantie worden gelet. In deze klasse U en F voor Suk.

25 roodzilvers presenteerden zich grotendeels met aansprekende types, houding en stand, kopvorm en prima snavelsubstantie. In meerdere gevallen moest op een betere rugafdekking, iets meer halslengte en vaster in halsbevedering worden gewezen. Opgerichte houding, halsplooi, niet goed sluitende snavel en slechte vleugeldracht waren aanleiding tot aftrek van punten. (U voor Hubner; F voor Reichert en Trepte)

Verheugend was het aantal van 28 geelzilvers in merendeels prima kwaliteit. Over het algemeen bevielen ze in type. Enige dieren waren te spits in voorkop en ontbrak de gewenste breedte in voorkop. Korter in achterpartij en staart beter gesloten, werd vaak als wens genoteerd. Vooral bij de doffers moet nog aan de kleur worden gewerkt. Blauwzweem moet in de toekomst tot een minimum worden gereduceerd.( F voor Schroter en Mayerhofer)

7 donkergekraste toonden mooie types met meestal fraaie kop en prima snavelsubstantie. Betere rugafdekking en strakkere bevedering werd ook hier gewenst. Lang in voorkop en roestaanslag op het schild leidde tot puntaftrek.

Maar 2 blauwzilver-gekraste duivinnen waren te weinig om over de stand van de kleurslag te oordelen.

9 indigo-gekrasten waren aansprekend van grote en vol in kop. De G-dieren waren vooral te spits in voorkop en te lang in snavel. (F voor Romer)

23 blauwgekrasten vormden een aansprekende collectie Dieren met prima borstbreedte, wigvormig lichaam, brede vleugels en korte, smalle achterpartij  konden naar voren worden gehaald. (U: Muller;2xF:Romer).

9 roodzilver-gekrasten gaven geen juiste weergave van de huidige stand van de kleurslag in aantal en voor een deel ook in kwaliteit. In deze kleine collectie sprong de oude F-doffer van Reichert eruit.

De meesten van de 15 geelzilver-gekrasten lieten prima types zien en voldeden in stand, evenals in kopvorm, krastekening en oogkleur. Als wens werd vaak genoemd, strakker in bevedering, sterker in ondersnavel en betere rugafdekking. Opgerichte houding, te spits in voorkop en ontbrekende staartsteunveren werd bestraft. (U voor Schroder)

Van gemiddelde kwaliteit waren de 12 blauwschimmels. Bijna zonder uitzondering voldeden ze in houding, stand, kop, kleur en oogkleur. Hier als wens; strakker in halsbevedering, betere rugafdekking. Dieren met een lange achterpartij konden geen ZG meer halen. ( F voor Beuke).

2 roodschimmel doffers en 1 geelschimmelzilver duivin bevielen in stand, houding en kop. Op iets meer halslengte werd gewezen.

De 12 dieren in de AOC-klasse toonden goede koppen en ook in type, grootte en snavelsubstantie bevielen de meesten. De 2 lichtgrijsgezoomden konden wat meer zoming tonen. Bij de AOC-kleurslagen moet op een uniforme indeling van kleuren en tekeningen worden gelet.

     

             

Alles in beschouwing genomen kan worden gezegd, dat in bijna alle kleurslagen wel topdieren worden getoond. Dat stemt tot optimisme. De grootte was meestal in orde. In alle kleurslagen moeten we nog kritischer zijn op een wigvormig kort lichaam. Daarbij is een smalle, korte staart vereist. Een korte voorkop met geronde kopbelijning is nog niet algemeen. Een horizontale houding met geronde en volle borst, tapse halsopbouw en gladde bevedering, geven onze Giants pas de gewenste rasadel. Duidelijke halsplooien leiden tot niet meer dan G. Bij enkele dieren is de bovengrens van de grootte bereikt, we willen de fokvriendelijkheid van onze Giants in stand houden. Verheugend was ook het hoge aantal hoogbeoordeelde jonge dieren in vergelijking met de oudere jaargangen. Dat was niet altijd het geval en geeft hoop voor de toekomst.

Arndt Trepte.

Vertaling Willem de Wal.