Geschiedenis van de Show Racer

Naar SR

Voor het ontstaan van de Showracer moeten we terug naar het einde van de vorige eeuw. Na afloop van de Civil War (de burgeroorlog) in de Verenigde Staten hernam het leven zijn normale loop weer; toen ook de economie weer wat verbeterde werden er tal van duivenrassen uit Europa geÔmporteerd. Vooral de verschillende Belgische postduivenrassen waren hierbij sterk vertegenwoordigd. Duiven- liefhebbers voornamelijk uit New York en Massachusetts, veelal zelf van Europese afkomst, hebben in die jaren veel duiven uit Engeland, BelgiŽ maar ook wel uit Nederland geÔmporteerd. Na de 1e wereldoorlog was er opnieuw zoín opleving en werd er geld nog moeite gespaard om werkelijk topmateriaal naar Amerika te halen. Bij de fokkers thuis, in achtertuinen en dierenwinkeltjes werden die duiven bekeken en besproken.

Maar zelfs toen al was er dat grote verschil tussen vlieg- en showduivenliefhebbers. Natuurlijk waren er ook fokkers die zowel vliegduiven voor de wedstrijdvluchten en daarnaast speciale voor de show bestemde duiven hadden. De ontwikkeling van Racer (vliegduif) voor de wedstrijdvluchten tot Showracer (dus alleen voor showdoeleinden) ging in vergelijk met de Engelse Homerrassen erg langzaam. In alle rasbeschrijvingen in Amerikaanse vaktijdschriften kan men lezen dat het ras door jarenlange selectie van Racers (wedstrijdpostduiven) ontstaan is. Gezien de fotoís en afbeeldingen van zelfs winnende duiven uit de vijftiger jaren kan men gerust aannemen dat er na die tijd een flinke portie Show Homer is ingefokt.

John Heidig en George Hefele maar ook anderen die niet bij name worden genoemd speelden decennia lang een centrale rol bij de ontwikkeling van de Showracer. Maar ook in andere delen van het land stond men niet stil. Op "The White Plain National" werden een aantal van de allerbeste dieren uit die tijd door Bill Rice en Amos Hodson geshowd. Laatst genoemde behoort ook nu (in 1998) nog altijd tot de echte topfokkers, op de nationale shows brengt hij nog steeds winnende dieren in de kooien

Een echte mijlpaal was de "National Show of New York" in 1931 die in John Bladeís dierenwinkel werd georganiseerd. Deze specifieke postduivenshow was in eerste instantie bedoeld voor de omgeving van New York en Noord New Yersey en behalve vliegduiven die hun waarde op de wedstrijdvluchten hadden bewezen kon men er ook post duiven inzenden die alleen voor hun showwaarde gehouden werden. In enkele jaren werd deze show de belangrijkste Nationale show in Amerika op het gebied van vlieg- en showpostduiven.

Na de 2e wereldoorlog (in de begin vijftiger jaren) begon de opkomst van de commerciŽle luchtvaart daarmee werd het grootste probleem (de enorme afstanden) in de Verenigde Staten voor een deel opgelost. Voor die tijd was men per trein soms dagen onderweg om een show bij te wonen, dat dit het aantal inzendingen/bezoekers niet bevorderde kan men zich voorstellen. In de oorlogsjaren hadden vele jonge mannen hun diensttijd doorgebracht als duivenverzorgers bij de land- en luchtmacht. Een aantal van deze mannen, die uit alle uithoeken van het land kwamen, zouden na de oorlog tot de belangrijkste fokkers van het land gaan behoren, het lag voor de hand dat zij door ruilen en samenfokken de verspreiding van het ras enorm hebben versneld.

Zoals hiervoor reeds aangegeven, het is allemaal begonnen in het noordoosten van het land toch hebben de fokkers uit zuid- en centraal CaliforniŽ, de laatste decennia, een steeds groter aandeel in de ontwikkeling van het ras gekregen. Volgens een artikel in "Pigeon Debut" heeft Don Andrews, een schatrijke handelaar in ijzerwaren, die op zijn hokken zoín 7000 duiven had daarin een grote rol gespeeld. Deze man ging zelfs zover dat hij befaamde duivenkenners uit Europa over liet komen om ze als verzorger in dienst te nemen. Ook bekende Amerikaanse fokkers haalde hij op dezelfde wijze naar de omgeving van Los Angeles. De grootste Nationale Show in de Verenigde Staten "The Pageant of Pigeons" vindt dan ook plaats in L.A. en wordt georganiseerd door de Los Angeles Pigeon Club. De laatste jaren worden de Show-Racers op de Nationale Shows in de V.S. haast zonder uitzondering gekeurd door zg. Master-Breeders, duivenliefhebbers, die zelf sinds jaar en dag tot de meeste succesvolle fokkers van het ras behoren.

De Show Racer is een typisch Amerikaans ras dat met zijn super strakke bevedering in de smaak valt bij duivenfokkers over de hele wereld, zowel in AustraliŽ en Afrika maar tegenwoordig ook in Europa zijn ze steeds vaker op de tentoonstellingen te bewonderen. Toch verschenen pas in 1990 de eerste Show Racers op de grote landelijke shows in Duitsland. Friedel Bossmeyer uit Fršnkisch-Crumbach een Duitse duivenkeurmeester, was op tentoonstellingen in de V.S. diep onder de indruk van dis ras gekomen, Hij was ťťn van de eersten die topmateriaal uit Amerika in Duitsland importeerde. In 1996 werd op zijn initiatief de Duitse "Show Racer Club" opgericht, binnen een jaar telde die al meer dan honderd leden. Het ledental zal ongetwijfeld nog veel hoger worden als de aanschaf van goed fokmateriaal wat makkelijker (lees betaalbaarder) wordt. Vele Duitse fokkers zijn inmiddels zelf al de grote plas overgestoken om rechtstreeks in Amerika fokmateriaal aan te schaffen. Onder leiding van Gottfried Ernst uit Rodgau/Dld. bezochten in Januari 1998 enkele tientallen Duitse fokkers de grote nationale show in. San Bernadino LA. Deze duivententoonstelling (met het record aantal inzendingen van 8800) werd georganiseerd door de National Pigeon Association Gedurende hun verblijf in de Verenigde Staten werden een aantal topdieren (waaronder zelfs showwinnaars) aangekocht. Het laat zich raden dat dit aanzienlijke kosten vergt. De Nederlandse duivenliefhebbers zijn veel behoudender, en minder snel bereid dergelijke bedragen aan duiven te spenderen. Ondergetekende maakte in 1993 op de "Jungtierschau" in Hannover/Dld. voor het eerst kennis met het ras, in 1994 werden de eerste koppels aangeschaft. In 1995 werd het ras voor erkenning op de bondsshow "Avicultura" ingestuurd en door de NBS standaardcommissie erkend. Nu (najaar 2003) zijn er in Nederland een twaalftal fokkers maar ik verwacht dat er, gezien de belangstelling, spoedig meer zullen zijn.