Naar SH            Verslag RBC 2010 van de Show Homer

 

Wat leerde ons het afgelopen tentoonstellingsseizoen bij de Show Homers.

In het voorbije tentoonstellingsseizoen konden we op een aantal tentoonstellingen enkele fraaie collecties Show Homers bewonderen. De eerste collectie zagen we in oktober op onze Jongdierendag in Nijmegen, vervolgens zagen we  onder meer  collecties SH op SZN Loon op Zand, Delta-Show Vlissingen, Keistadshow Amersfoort en op de clubshow bij de Champion Show in Nieuwegein (tevens NBS Bondsshow).

Al vele jaren is het SH bestand in Nederland in handen van slechts enkele fokkers. Ook Europees bezien is het aantal fokkers niet groot. In het land van oorsprong, Engeland, is het fokkersbestand op 1 hand te tellen en in ons buurland Duitsland is de laatste jaren het aantal fokkers ook teruggelopen en kunnen we ook hier niet tot tien tellen.

Het is jammer dat er niet meer fokkers zijn, maar wel begrijpelijk, omdat de SH nu eenmaal een niet eenvoudig ras is om te fokken.

De Engelse Homerrassen blinken uit door hun extremiteiten en voor de echte liefhebber is het om van te watertanden om zulke mooie dieren in het hok te hebben. De Show Antwerp, de Exhibition Homer, de Show Homer en de Genuine Homer zijn zeer bijzondere rassen, met extremen in kop-onderdelen waar we de handen vol aan hebben.

Engeland blinkt uit in bijzondere ras-sierduiven. Neem bijv. ook de Engelse Langvoorhoofd Tuimelaar: een staaltje van fokkerskunst om zo een fraaie, geronde, brede en gevulde kop met korte snavel, die haaks in de kop staat, te fokken.

Zo kort gesnaveld als de Engelse Langvoorhoofd is, zo een lange voorkop met snavel heeft de SH, het kan niet lang genoeg zijn!

We beperken ons tot de SH en wat zagen we nu in het voorbije tentoonstellingsseizoen van dit ras op onze JDD en de Nederlandse tentoonstellingen.

Het meest belangrijke is en blijft het type en de stand. In de praktijk kijken de SH fokkers eerst naar de kop, zeker in Engeland, waar de rest van meer ondergeschikt belang is. Maar willen we een mooie SH hebben, dan zal hij een goede stand moeten hebben. Voor veel dieren is dat al een probleem, omdat ze te horizontaal staan.

Afgelopen seizoen leerde ons dat er nog steeds dieren zijn die te horizontaal staan, ook al zijn ze in rust, dat wil zeggen, dat ze op de avond voor de keurdag zijn ingebracht. Een uitstekend dier zal zijn afhellende stand steeds tonen, ook na het uit de kooi halen, maar deze dieren zijn bij de SH weinig te vinden. Aandachtspunt blijft dus de goede afhellende stand.

In type zagen we uitstekende dieren, mooie krachtige, zware vogels met prima borstdiepte en breedte, niet te lang in achterpartij en voldoende hooggesteld. Een enkeling was aan de maat wat betreft de lengte van de benen. Ook hadden deze krachtige dieren een mooi zwaar onderstel,  forse benen met zware poten. De 11 mm ring moet goed gevuld zijn. Een genoegen om naar te kijken. Toch zagen we nog enkele dieren die lang in achterpartij waren en (daardoor) ook smal van lichaam. Deze dieren moeten we niet in ons bestand opnemen. Het verergert alleen maar.

Ook moeten we blijven opletten voor de rugafdekking. Enkele dieren toonden onvoldoende rugafdekking, dat komt omdat de rugafdekveren onvoldoende lengte hebben waardoor teveel rug zichtbaar wordt.

De SH zit wat minder strak in het pak dat de Exhibition Homer. Het mag ook weer niet zo zijn dat het een verfomfaaid jasje mag zijn, maar het is eenmaal een feit dat het verenpak wat losser zit. Bij de Engelse Homers zit de Genuine Homer het meest strak in zijn pak, gevolgd door de Exhibition. De SH en de Show Antwerp over het algemeen wat losser.

De kop en de snavel zijn bij de SH zeer belangrijk, en zoals ik al schreef, bij velen het allerbelangrijkste. We verlangen van snavelpunt tot achterhoofd 1 fraaie lang gebogen kopronding zonder onderbrekingen, een brede en krachtige onder en bovensnavel die met de kopronding goed meeloopt. De neuswratten mogen de gebogen lijn niet verstoren. Bij oudere doffers is dit niet steeds te realiseren en moeten we dat voor lief nemen.

Ons is opgevallen dat in het afgelopen seizoen we een aantal prachtige dieren met fraaie koppen konden zien, een fraaie voorhoofdslengte met een zware boven- en ondersnavel. Daarbij een prima stand en fraai type en ze kregen terecht ook 96 en 97 punten.

Daarbij ook een aantal dieren waren te smal in kop of te kort in voorhoofd, moesten een (veel) krachtiger onder- en bovensnavel hebben of hadden last van wratdruk.

Bij de rondgang op de tentoonstellingen kwamen we weinig dieren tegen met foutieve ogen of oogranden. Rode oogranden zijn uit den boze en ook brede oogranden moeten gedrukt worden in predikaat. Bij de ogen verlangen we de parelogen.

In de praktijk zien we weinig foutieve oogranden. De meeste dieren hadden mooie en goedgekleurde oogranden. De wens om fraaie parelogen in de SH kop te zien, mogen we niet op 1 lijn stellen met bijv. de heldere, felle Genuine Homer ogen of (in iets mindere mate) bij de Exhibition Homers. Bij de SH zijn ze doorgaans iets minder helder en zien we ook wel rode adering. We mogen deze dieren niet op dit onderdeel terugzetten, omdat ze nu eenmaal niet kunnen tippen aan hun Engelse Homer familie. Vanzelfsprekend ijveren we naar een zon helder mogelijk pareloog en deze dieren gaan ook voor in rangorde bij de eerder genoemde gelijkwaardige kwaliteiten.

Enkele dieren toonden teveel rood in de ogen en terecht werden deze in predikaat teruggezet.

Kleur en tekening zijn op de Engelse schaal van 100 maar 5 punten. Er wordt weinig waarde gehecht bij onze Engelse topfokkers. Toch moet er wel een kleurtje op zitten en we moeten toch wel waken dat het schilderwerk niet een allegaartje wordt dat het tot niets meer lijkt.

De meeste kleuren zijn wel in orde, blauw zwartgeband en blauw gekrast zijn doorgaans prima. Bij de blauwen zien we wel eens wat vlekjes op het schild, bij de blauw gekrasten of donker gekrasten is de krastekening wel eens wat verwaterd. Kenner keurmeesters schrijven dan op de beoordelingskaart: kan iets helderder van schild of krastekening kan iets scherper en waarderen dit niet af.

Bij de roodzilver gebanden en roodzilver gekrasten hetzelfde. Hier zien we ook dieren die een wat meer verfrommelde bandkleur hebben of verwaterde krastekening. Liefst zo doorgekleurd mogelijk, maar een uitstekend dier in de belangrijkste onderdelen kan altijd nog met 96 punten op de show zitten. Het is nu eenmaal geen kleurduif!

Afgelopen jaar zagen we in tegenstelling tot voorgaande jaren jammer genoeg praktisch geen geel gekrasten of andere bijzondere kleuren. In kleur zijn ze niet altijd even top, maar laten we blij zijn dat die dieren geshowd worden!

Schimmels, licht en donker: in de praktijk kan de schimmeltekening doorgaans wat beter, maar de kenner zal er doorgaans weinig van op de beoordelingskaart zetten.

Witte SH zien we niet in Nederland, wel af en toe een zwarte. De zwarten die geshowd worden hebben doorgaans een goede egale acceptabele, zwarte kleur. Evenzo bij de rode dieren die we in het afgelopen jaar ook zagen. We kunnen hier erg tevreden mee zijn. Voor SH toonden ze een prima kleur.

Het tentoonstellingsseizoen overziend, kunnen we stellen dat we over onze SH niet ontevreden mogen zijn. Niet zo dat we achterover kunnen leunen, maar gelet op het smalle bestand dat wij hebben en hetgeen is geexposeerd, zijn we ten opzichte van voorgaande jaren vooruit gegaan. Nu maar hopen dat deze trend zich zal voortzetten.

De Rasbegeleidingscommissie,

Fokker: Han van Doorn

Keurmeester: Dennis van Doorn

Augustus 2011.