Verslag RBC van de Show Antwerp

Naar SA

De Show Antwerp in het tentoonstellingsseizoen 2011 – 2012                                                       

 Maart 2012                   

Afgelopen seizoen zat de Show Antwerp (SA) in een rustig vaarwater.

Er is eigenlijk weinig nieuws te melden t.o.v. het seizoen ervoor.

Afgelopen seizoen zijn er weer fraaie SA’s  op een aantal grote tentoonstellingen te bewonderen geweest, waaronder de Jongdierendag van de SPC, Delta-Show Vlissingen, Keistadshow Amersfoort, Noordshow Zuidlaren en op de clubshow bij de Champion Show in Nieuwegein (tevens NBS Bondsshow).

Het meest belangrijke is en blijft het type, de stand en de kop. In de praktijk wordt er door de fokkers eerst naar de kop gekeken en vervolgens naar het type en stand. Zeker in Engeland, waar de kop het meest belangrijke onderdeel van de gehele SA is en waar “de rest” van meer ondergeschikt belang is. Maar willen we een mooie SA hebben, dan zal hij een goede afhellende stand moeten hebben. Voor veel dieren is dat eigenlijk geen probleem.

In type zagen we dit jaar weer prima dieren, mooie krachtige vogels met prima borstdiepte en –breedte. Waar we wel op moeten letten is de achterpartij, deze mag niet te lang zijn/worden.

De afhellende stand is voor de meeste SA’s geen probleem, zoals zojuist al is aangehaald.

De kop en de snavel zijn bij de SA zeer belangrijk, en zoals ik al schreef, bij velen het allerbelangrijkste. We verlangen een middellang gezicht, waarbij van snavelpunt tot in de nek een regelmatig sterk geronde booglijn te zien is met een goede vulling boven de ogen.

En hier schort het wel eens aan, zoals onderbrekingen in de belijning, te smal in de voorkop, snaveldruk en wratdruk dat getoond wordt.

Verder is een brede en krachtige onder- en bovensnavel die met de kopronding goed meeloopt van groot belang. De neuswratten mogen de belijning niet verstoren. Bij oudere doffers is dit niet altijd te realiseren en moeten we dat niet al te zwaar aanrekenen.

Ons is opgevallen dat in het afgelopen seizoen we een aantal prachtige dieren met fraaie koppen konden zien, een fraaie belijning met een zware boven- en ondersnavel. Daarbij een prima stand en fraai type en ze kregen terecht ook 96 punten.

Daarbij ook een aantal dieren waren te smal in kop of te kort in voorhoofd, moesten een (veel) krachtiger onder- en bovensnavel hebben of hadden last van wratdruk.

Op de tentoonstellingen kwamen we weinig dieren tegen met foutieve ogen of oogranden. Brede of grove oogranden moeten gedrukt worden in predicaat.

In de praktijk zien we nauwelijks foutieve oogranden. De meeste dieren hadden mooie en goedgekleurde oogranden.

De neusdoppen verlangen we fijn en glad met die rastypische S-vorm! Bij oude doffers moeten we dit enigszins tolereren, als deze wat grover worden.

Kleur en tekening zijn op de Engelse schaal van 100 maar zo’n 10 punten. Er wordt weinig waarde gehecht bij onze Engelse topfokkers. Toch moet er wel een kleurtje op zitten.

De meeste kleuren zijn wel in orde; blauw zwartgeband en blauw- en donkergekrast zijn doorgaans prima. Bij de blauwen zien we wel eens wat vlekjes op het schild, bij de blauw gekrasten of donker gekrasten is de krastekening wel eens wat verwaterd. Kenner-keurmeesters schrijven dan op de beoordelingskaart: “kan iets helderder van schild” of “krastekening kan iets scherper” en waarderen dit zeer terecht niet af, want het is tenslotte geen kleurduif!!!

Bij de roodzilver gebanden en roodzilver gekrasten hetzelfde. Hier zien we ook dieren die een wat meer “verfrommelde” bandkleur hebben of verwaterde krastekening. Liefst zo doorgekleurd mogelijk, maar een uitstekend dier in de belangrijkste onderdelen kan altijd nog met 96 punten op de show zitten.

We kunnen stellen dat we over onze SA niet ontevreden mogen zijn, want we zijn maar met zo weinig fokkers in Nederland, maar ook daarbuiten, dat we met dit mooie ras toch voorzichtig om moeten gaan. Het is en blijft een ras voor de echte liefhebber en doorzetter.

Tenslotte wil ik u attent maken op komend seizoen; de standaards van de Engelse rassen, waaronder dus de Show Antwerp zijn inmiddels veranderd, dat wil zeggen; het accent komt nog meer te liggen op de kopvorm met snavel en neusdoppen, gevolgd door ogen en oogranden en daarna pas het type, stand en houding.

Deze relevante wijzigingen voor zowel de fokker als de keurmeester is ook dit boekje opgenomen in een artikel van Han van Doorn. Hij licht dit hier nader toe.

De Rasbegeleidingscommissie,

Dennis van Doorn/Th. Rijks

Augustus 2012