Rasbeschrijving van de Genuine Homer

 

 

Terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door Jan Jacobs

De combinatie van mooi en goed, vertegenwoordigt in één duif, heeft postduivenfokkers over de hele wereld al meer dan een eeuw bezig gehouden. Maar tot dusver heeft iedere selectie op uiterlijk tot vermindering (lees verdwijning) van de vliegprestaties geleid. Met de creatie van de Genuine Homer leken de Engelse fokkers het onmogelijke mogelijk te maken.

De Genuine Homer is de jongste maar, qua body, met afstand de fraaiste van de Engelse schoonheidspostduivenrassen. De eerste standaard van dit ras werd pas gepubliceerd in 1924. In heel veel opzichten is dit ras de tegenhanger van de Show Homer (waarvan de eerste standaard al in 1887 tot stand kwam). In body maar ook in kopbelijning komt dat tot uitdrukking. Show Homers zijn, oneerbiedig gezegd, altijd wat los bevederde lange schuiten, goede Genuine Homers vertonen een haast volmaakt driehoeksmodel met daarbij een super strakke bevedering. Bij de Show Homer wordt een extreem lange, geronde (bolle) kop gewenst, bij de Genuine Homer een uitgesproken holle en hoogstens middellange kopbelijning. Al voor het begin van de eerste wereldoorlog werd duidelijk dat de herhaalde pogingen om een "dual purpose" ras te creëren op faliekante mislukkingen waren uitgelopen. Show Antwerp, Show Homer en Exhibition Homer waren inmiddels tot prachtige tentoonstellingsrassen geëvolueerd maar volkomen ongeschikt voor de wedstrijdvluchten. Omstreeks 1910 was er in de omgeving van Sheffield een kleine groep postduivenfokkers die door hun werk (als mijnwerker) en hun gezamenlijke hobby veel contact met elkaar hadden. Het waren haast zonder uitzondering fervente liefhebbers van echte Homers (postduiven voor de wedstrijdvluchten). Zij waren overtuigd dat het mogelijk moest zijn zonder inkruisen van andere rassen, dus alleen door langjarige selectie uit echte vliegduiven, een ras te creëren dat niet alleen op de wedstrijdvluchten maar ook in de showkooi zou voldoen. Alle extremiteiten die de andere tentoonstellingshomerrassen als vliegduif ongeschikt maakten moesten worden vermeden. Om zeker te maken dat de vliegeigenschappen bewaard zouden blijven zouden er alleen bevlogen duiven (met vermelding van km.klasse) geëxposeerd mogen worden. De naam van het nieuwe ras "Genuine Homer" (echte postduif) gaf hun bedoelingen goed weer. De eerste jaren vertoonden hun duiven nog weinig verschil met wat wij nu de standaardpostduif noemen, ook in de oogkleuren was er nog weinig eenheid. Vooral over de ideale kopbelijning kon men het moeilijk eens worden maar in 1924 kon toch de eerste standaard worden gepubliceerd. Door het vasthouden aan die gewenste vliegeigenschappen ging de ontwikkeling van het ras veel langzamer dan bij de andere tentoonstellingspostduivenrassen. Op foto’s zelfs van vlak voor de oorlog is vast te stellen dat het toen aan eenheid in het ras nog ontbrak. Pas na de tweede wereldoorlog waren de kenmerkende raseigenschappen genetisch goed vastgelegd. Het ligt voor de hand om te vermoeden, dat in die oorlogsjaren sterk is geselecteerd op de showwaarde. De verplichting tot deelname aan de prijsvluchten had men al eerder laten vallen en in de oorlogsjaren waren er zo wie zo geen wedstrijdvluchten. De pioniers uit de beginjaren hadden veelal afgehaakt en hun opvolgers waren minder strikt. Door het inkruisen van tuimelaars werd de oogkleur enorm verbeterd. Al is het streven van die Engelse fokkers, uit de beginjaren van dit ras, in feite dus ook mislukt toch staat de Genuine Homer nog dicht bij de gewone vliegpostduif. Robuustheid en vitaliteit zijn volledig bewaard gebleven. Gedurende zo’n negentig jaar is geselecteerd op het ultieme driehoeksmodel met een super smalle staart. Of dit de oorzaak is weten we niet maar in de tachtiger jaren bleek dat bij hele stammen één of meer staartpennen ontbraken. De daarop ontketende heksenjacht heeft in ons land haast tot de ondergang van dit prachtige ras geleid. Achteraf is gebleken dat met het uitsluiten voor de fok van dieren met te weinig staartpennen dit euvel in enkele jaren was op te lossen. Een ander fenomeen is de altijd wat minder vaste ontlasting, waarschijnlijk veroorzaakt door te royale wateropname. Als ze in het zelfde hok met een ander ras worden gehouden is aan de mest te zien waar de Genuine Homers hebben gezeten. Bij controle door een dierenarts blijkt dan dat er met de gezondheid niets mis is. Ook bij de Domestic-Flight (een Amerikaans ras) is het zelfde euvel bekend.