De Genuine Homer anno 2016

Terug

Hoe anders kan het gaan door wat extra promotie.  Jos de Poel

Soms heb je geen idee waarom bepaalde duivenrassen wel en anderen weer niet op de gunsten van de fokkers mogen rekenen. Op even onverklaarbare wijze zie je dit dan om onduidelijke redenen zomaar veranderen. Een enkele keer heeft het echter wél een duidelijk aanwijsbare reden. Zo zag je dat in Duitsland de Nederlandse Schoonheidspostduif enorm populair is geworden in slechts een paar jaar tijd omdat één man er enorm voor gaat. In ons land zie je dat de enorme populariteit van b.v. de Duitse Modena de afgelopen jaren sterk is afgenomen juist door het wegvallen van iemand die de kar trok. Relatief gezien is dit ook met de Genuine Homer aan de hand mede door persoonlijke promotie want jarenlang was er immers voor de Genuine Homer in ons land amper belangstelling. Ook in de ons omringende landen was het ras een ondergeschoven kindje, al waren er in Engeland traditiegetrouw altijd wel een aantal fokkers die het ras trouw bleven. Zelden of nooit kwamen er dieren vanuit Engeland over naar het vaste land en werden er toch dieren geïmporteerd, dan bleef het meestal bij één keer. O.a. omdat de verschillen van de standaard interpretatie tussen Engeland en de vaste wal nogal uiteen liepen. Niet de standaard op zich, de teksten daarvan waren aardig met elkaar in overeenstemming. Er was destijds duidelijk sprake van een Duitse en een Engelse richting. De z.g. Duitse dieren waren kort en breed en nauwelijks in één hand vast te houden, Ik herinner me nog heel goed dat ik met de onlangs overleden duivenvriend, fokker en keurmeester, Jan Jacobs naar Duitse fokkers trok om daar versterkingen voor hem te halen. Hij veronderstelde dat deze in zijn ogen het beste voldeden aan de Genuine Homer die wij of liever gezegd hij wenste. De gedachte was, dat het ras in Engeland stil had gestaan en dat het in Duitsland was opgenomen in de vaart der volkeren, zoals dat met alles ging waar onze oosterburen zich op wierpen.

De Engelse dieren waren kleiner (althans de dieren die wij hier kregen) en hadden een minder geprononceerde Dip en in dit opzicht voor ons eerlijk gezegd wat minder aantrekkelijk, je moest er ook nog voor op de boot, een heel gedoe.

Zo liet ik enige jaren geleden toen er in ons land geen keurmeester-examens meer gedaan konden worden op dit ras, uit Engeland door duivenvriend Bill Wilson een tweetal koppels meebrengen. Toch was ik niet tevreden over deze dieren en deed ze weer van de hand, mede door de aanhoudend slechte dunne ontlasting van deze dieren, om vervolgens bij verschillende Duitse fokkers dieren te halen. Als eerste van Hans Werner Laible in het Odenwald, een fokker waarmee ik via de Showracerclub een buitengewoon prettige relatie had opgebouwd. Later naar Frank Rubel in Dortmund.                       

Deze was toen net Deutsche Meister geworden in blauw geband en blauwschimmel, maar de dieren waarop ik mijn ogen liet vallen wilde hij niet kwijt. Dat was een jaar later anders en toen kwamen deze dieren alsnog naar Beuningen. Met een bevriende Nederlandse fokker bezochten we daarna ook nog  enpassent Hans Eisler op een regionale tentoonstelling. Ik mocht er een duivin uitzoeken maar mijn vriend kreeg jammerlijk nul op het rekest, omdat hij geen dieren vooraf had besproken. Ook de Belgische fokkers zijn deze route gelopen. Ook Daan Admiraal enkele jaren eerder, hij verraste Nederland door uit handen van toenmalig Koningin Beatrix op de Championshow een hoofdprijs te mogen ontvangen. Omdat Daan met enige regelmaat van ras veranderd om zijn werk als A keurmeester naar behoren te kunnen verrichten, ging zijn stam grotendeels naar mijn duivenvriend Twan Polman.

Nu, na een paar jaar zijn onze stammen met elkaar vermengd en wisselen we met enige regelmaat onderling dieren uit en gaan we ook weer op pad om nieuw bloed te halen, het liefst in Duitsland. Overigens zijn wij, maar ook o.a. Jacob Brandsma bereid om goede dieren af te staan, mits voorhanden natuurlijk.

Zoals gezegd zijn onze oosterburen met de auto gemakkelijk te bereiken. Met een autoritje van een paar uur ben je in veel gevallen op de plaats van bestemming. Maar de bronnen dreigen op te drogen, op de tentoonstelling in Halle Leipzig van 2015 was de kwaliteit erg tegenvallend, er ontbraken  dieren van gerenommeerde Duitse fokkers. De leeftijd speelt in veel gevallen hierin een rol. Ook de dieren van Karel Verdonk  bleven afwezig door ziekte van Karel. Onlangs overleed mijn Belgische vriend Jos Agemans, maar gelukkig neemt zijn zoon Gunter de Genuine Homers als enige van zijn vaders rassen over. Ook op de eerste Europese Homershow in Frankrijk verleden jaar, was het een magere vertoning waar het de Genuine Homers betreft.

Omdat in afgelopen twintig jaar in ons land , zelden  meer dan twee fokkers met elkaar wedijverden, werd de interpretatie van de Nederlandse standaard compleet Duits, ook al hoorde je vanuit Friesland soms enig tegengeluid en was Engeland nog steeds het land van oorsprong. Friezen zijn ook in hun taal wat meer op Engeland gericht dan op Duitsland. Ook de Belgische fokker Karel Verdonk had een goede band met Hans Eisler en haalde daar zijn versterkingen vandaan, in ruil voor goede Belgische vliegpostduiven. Momenteel tellen we in Nederland zo`n kleine tien fokkers/liefhebbers, meestal in combinatie met andere rassen. Ik ben al blij, dat in een alsmaar krimpende liefhebberij, er nog liefhebbers meerdere rassen willen fokken om zo de boel in stand houden. Op de jongdierendag 2016 zaten er maar liefst 33 Genuine Homers, waaronder enkele zwarten die jaarlijks beter worden, naar mijn mening zaten er de laatste 30 jaar zelden meer dan de helft.

De toegenomen populariteit zou ik als volgt willen verklaren: Fokkers kunnen haarfijn uit leggen dat er geen prettiger ras op het hok is dan de Genuine homer, rustig in gedrag laten ze zich makkelijk beetpakken. Zeer vertrouwd met hen die ze verzorgen en erg nieuwsgierig wanneer de deur van het hok open gaat. Als de deur op een kier staat, willen ze héél graag weten wat zich achter die deur afspeelt. Doordat ze zich soms te zeer richten op hun baasje, kan het zijn dat ze in de tentoonstellingskooi wat moeilijk te beoordelen zijn.   

De Genuine Homer en zijn specifieke raskenmerken.

Geen eenvoudig duivenras, met duidelijke onderdelen als type, opgerichte lichaamshouding, goed te beoordelen dip, horizontale kopdracht(graag een tikje opgeheven), goed zichtbare borstbreedte en diepte en sterke hals, snel versmallend naar de kop vanuit echt brede schouders, straffe vleugeldracht, juiste snavelvorm (doossnavel) met juiste snavellengte, fijne neusdoppen en strakke bevedering en als kers op de taart een absoluut wit pareloog. Voorwaar ga er maar eens aan staan.

Allereerst het algemeen voorkomen. Een enigszins forse duif, maar zeker niet groot, nauwelijks groter dan een forse postduif, een opgerichte lichaamshouding. Een goede Genuine Homer laat zich, door zijn korte brede slagpennen, een korte staart en breed vleugelschild, in combinatie met een brede-, diepe borst, moeilijk in één hand vasthouden. Hij zal hij zich loswringen en proberen er tussenuit te knijpen.                                                                                    

De rug is met staart en lichaamshouding afhellend. Een goed gevulde horizontale tot iets opgericht gedragen kop met een stijl opgaande voorhoofdslijn. De sterke middellange snavel waarbij de beide snavelhelften even sterk zijn en die bij een goede Genuine Homer, als een doosje op elkaar sluiten. Een overbouwde snavel zien we liever niet.                                 

Na de fijne neusdoppen boven de snavelaanzet komt een vlak stukje van 1 a 2 mm dat we de dip noemen. De kop wordt vrijwel horizontaal gedragen, zo mogelijk ietsje opgeheven, maar lang niet zo sterk als b.v. bij de Dragoon, maar hij mag het wel tonen in de kooi. Een naar beneden gerichte snavel is foutief en zorgt voor een vlakke niet gewenste voor-kop. De opgaande voorhoofdslijn accentueert de markante Dip. Een vlakke voorkop zal geen dip tonen, omdat de snavelaanzet dan naadloos overgaat in die te vlakke voorhoofdslijn. Centraal staat ook de krachtige tamelijk dikke snavel die niet al te stomp is. Bij duivinnen is deze wat moeilijker te realiseren zij hebben meestal een iets langere snavel dan de doffers. De brede snavelaanzet is meestal een garantie voor een goede, goed sluitende snavel. Is de snavel-aanzet te smal dan zullen de jongen in het nest makkelijk een kruisbek laten zien, omdat de bovensnavel bij het voeren door de sterke bek van de ouders naast de onder-snavel kan komen te liggen. Dit is een vroeg selektiemoment.

Fijne naar de veerkleur aangepaste oograndjes omringen de prachtig witte, sprekende ogen. De beide afzonderlijke neusdoppen of wratten zijn klein, glad en V vormig, dat zie je wanneer je de kop van bovenaf bekijkt. Wanneer een V vorm gesloten is ontstaat er een hartvormige wrat zoals bij o.a. de Duitse Schoonheidspostduif en dat is niet de bedoeling van een V vorm. De gedeelde V is gevuld met veren, het onderste deel is van hoorn met soms er tussenin een open bovenzijde (donkere snavel rug). Eigenlijk liggen de neusdoppen als satellietjes op de bovensnavel. Over de structuur hoeven we niet zielig te doen, een verticale ribbeling of Carierachtige woekering is niet de fraaiste wrat bij dit ras. Omdat de standaard hierin geen uitsluitsel geeft, moeten we er niet meer van maken dan het is.

Door gerichte  promotie  met als top de voorjaarsbeurs in Houten, de rassendagen van de SPC en op jongdierendagen, waar de liefhebbers flink wat jongen kunnen laten zien kunnen we  blijven hopen dat de liefhebberij in dit ras nog even blijft voortbestaan. De hoop is daarnaast ook gevestigd op voormalige postduivenliefhebbers, die na te zijn gestopt met wedstrijdduiven, zich op de uit postduiven afkomstige tentoonstellingsrassen willen storten. Met de komst van de grote groep kleurpostduivenliefhebbers is er een in ieder geval een fanatieke maar ook erg actieve groep bij de SPC bij gekomen. Ik ben er van overtuigd, dat door gerichte promotie, de belangstelling voor een ras enorm kan toenemen. Nu nog de Showhomer, de Exhibition Homer, de Dragoon en de Show Antwerp, die kunnen ook wel wat promotie gebruiken. Deze rassen staan in de steigers bij enkele nieuwe liefhebbers, een goede zaak omdat concurrentie nu eenmaal een onontbeerlijk aspect is in onze liefhebberij. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd gaat nog steeds op in dit geval.

Kleurslagen

Het aantal kleurslagen bij de Genuine Homers is uiterst bescheiden. Zwart en donkergekrast, Blauw-, blauwzilver-, rood- en geelzilver in geband en gekrast en daarnaast de blauw- en roodzilverschimmel. Bonten of roekkleurigen in zwart of wit zijn niet erkend. Duiven met een witte rug (die soms ontstaan door het infokken van schimmels) komen voor de hoogste predikaten niet in aanmerking. Snavel- en nagelkleur moeten overeenstemmen en aangepast zijn aan de veerkleur. Aan kleur en tekening kunnen hoge eisen worden gesteld. Vooral bij de blauwe doffers kunnen we het mooiste lichte duivenblauw verwachten, ook smalle, strakke en goed doorlopende banden is bij dit ras eerder regel dan uitzondering. Bij de schimmels moet in kop en buik voldoende pepering zichtbaar zijn, roest in de banden wordt niet getolereerd.

Bevedering

Een super strak aanliggende maar toch royale bevedering. De bevedering moet alle lichaamsvormen afronden. Een te korte bevedering waardoor borstbeen of schouders bloot komen te liggen is beslist niet gewenst.

Beoordeling

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de harmonie van het geheel en het totaal van de diverse raskenmerken het eindpredicaat bestemmen. De vraag wat het belangrijkste is, kop of body kan in feite niet worden beantwoord.

Fouten

Bij de verschillende onderdelen ben ik daar al op ingegaan maar de meest voorkomende fouten zijn onvoldoende body, te smal in schedel, te weinig dip, te spits van snavel en hoekige achterkoppen.

Tot slot

Voor nadere inlichtingen of adressen van fokkers kunt u zich wenden tot de secretaris van de Schoonheids Postduiven Club.