Naar EH            Rasbeschrijving van de Exhibition Homer

Rasbeschrijving:

De kopbelijning bij de EH is mede kwaliteitsbepalend. In de Amerikaanse standaard wordt voor ieder onderdeel punten gegeven. Op een totaal van honderd worden er voor kop, snavel, neuswratten, ogen enz. maar liefst zeventig punten gereserveerd. Voor het totaal van alle andere raskenmerken resteren dan nog 30 punten. De stand wordt bijvoorbeeld met hoogstens zes en de conditie met twee punten gewaardeerd. Zo extreem gaat het er bij ons gelukkig niet aan toe. EH met een uitmuntende kopbelijning moeten voor een hoog predikaat tenminste een Fraai type, een Fraaie stand en dito conditie tonen.

Het type

Wordt, volgens de standaard, middelgroot verlangd. Door fokkers en keurmeesters wordt echter de voorkeur gegeven aan krachtige wat grotere types. Vooral overjarige doffers zijn maar iets kleiner dan Show Homers. Als ze te klein worden gaat dat onherroepelijk ten koste van de kopsubstantie. Voor mij staat vast dat veel lengte in de voorkop gepaard gaat met veel lengte in de achterpartij. De in de standaard gevraagde korte staart moet als een nog niet te verwezenlijken ideaal gezien worden. De ringmaat (10 mm) zegt al veel over de benen. Krachtig, hoogstens middellang, niet te dicht bij elkaar en vrij ver naar achteren geplaatst. In stand willen we geen stramme benen maar iets buiging in de hielgewrichten zien. Borst breed en vol, iets voor de vleugelbogen uitkomende. Als de vleugelbogen niet door de borstbevedering worden afgedekt wordt daar geen aanmerking over gemaakt. De hals wordt middellang en krachtig verlangd, dus vol uit de borst komende maar smaller verlopende naar de keel. Vooral dat laatste is erg belangrijk, het is onmogelijk op een dikke bovenhals de gewenste scherpe keeluitsnijding te realiseren. Vleugels, vooral aan de vleugeldracht wordt grote aandacht gegeven. Een slechte rugafdekking komt bij de EH vrijwel nooit voor en dat euvel moeten we bij dit ras beslist niet in laten sluipen. Iedere neiging om de vleugeleinden te laten zakken moet hard bestraft worden.

Stand

Wordt vrij hoog opgericht verlangd. De halsdracht is daarbij vrijwel verticaal, rug en staart vormen een nagenoeg rechte aflopende lijn. Over het algemeen hebben de EH weinig problemen met de stand. Als ze echt te vlak staan is 95 punten, ondanks eventuele andere kwaliteiten, hun hoogste deel.

Kopbelijning

Één plaatje zegt meer dan duizend woorden is op het onderstaande volledig van toepassing. Fors, krachtig, lang met een volkomen vlakke schedel is de wens. Het ideaal is natuurlijk veel lengte en veel substantie. Jammer genoeg missen die extra lange koppen altijd substantie. In de praktijk moeten we met een compromis genoegen nemen. De voorkop- lengte wordt bepaald door de afstand tussen oog en mondhoek. De snavel willen we zo kort en stomp mogelijk. Van boven en van opzij gezien moet de kop een wigvormige belijning tonen. De kopdracht wordt afgemeten aan de lijn die wordt gevormd door boven- en ondersnavel, horizontaal verlangd. De denkbeeldig doorgetrokken snavellijn moet onder het oog doorlopen. Het hoogste en breedste punt van de schedel ligt achter de ogen. De volkomen vlak gewenste schedel vormt één geheel met de snavel. De zijdelingse schedelbelijning (van boven gezien) moet zonder kneep of welke onderbreking dan ook vanaf de achterkop wigvormig verlopen naar de snavelpunt. De achterkop moet hoekig overgaan in de nek. Zoals reeds eerder opgemerkt vertonen dieren met weinig kopsubstantie gewoonlijk de meest markante achterkopbelijning. Het belang van een scherpe keeluitsnijding kan niet vaak genoeg herhaald worden. EH met een volle keel tonen altijd te weinig lengte in de voorkop.

In de literatuur wordt de minimale voorkoplengte, gemeten van midden oog tot snavelpunt, met 1 7/8 inch (+/- 47 mm) aangegeven. Aan deze eis kunnen de tegenwoordige dieren probleemloos voldoen.

Vaak voorkomende fouten in de kopbelijning

Te grove neuswratten die aan de zijkant de kopbelijning verstoren komen wel het meeste voor. Ook kneep is een veel voorkomend euvel. Nafok van Engelse importdieren hebben soms een wat bolle kopbelijning (vermoedelijk het gevolg van het infokken van Show Homers). Volle kelen en uitgezakte of slecht bevederde oogranden zijn ook nog al eens vast te stellen.

Snavel

De kwaliteit van een EH kan haast aan de snavel afgemeten worden. Een EH met de gewenste korte, stompe maar vooral rechte snavel is ook in de andere koppunten vrijwel altijd een uitblinker. Voorwaarde is wel dat de snavel goed sluit. Als de duif in de kooi staat moet de snavel goed gesloten zijn. Kijk je er doorheen of staat hij open dan is dit niet correct.

Oogkleur en Oogranden

De gewenste oogkleur is voor alle kleurslagen licht parelkleurig. Een volkomen witte oogkleur zoals bijvoorbeeld bij een Hagenaar wordt niet geëist. Bij jonge dieren moeten de laatste slagpennen volgroeid zijn alvorens men de hoogste eisen kan stellen. Bij oude dieren moet de oogkleur aan redelijke eisen voldoen. Oogranden, fijn van structuur, de kleur is aangepast aan de bevedering. Een veel voorkomend euvel bij dit ras is een ovale omsluiting van het oog en een slechte of gedeeltelijk ontbrekende bevedering van de onderoogrand. Een en ander moet in de kooi vast gesteld worden. Het is lelijk en dient op de kaart vermeld te worden 

Neusdoppen

Een belangrijk raskenmerk bij de EH is de wratvorm (de middenscheiding die vrijwel tot aan de snavelpunt doorloopt) geldt bij alle andere Schoonheidspostduivenrassen als een uitsluitingsfout. Lang V-vormig met een fijne gladde structuur en een volkomen bevederde. middenscheiding zijn de verdere eisen.

Kleurslagen, kleur en tekening

Blauw, blauwzilver, rood- en geelzilver in geband en gekrast, blauw- en blauwzilverschimmel en wit daar moeten we het mee doen. Bont of getijgerd is niet erkend, zelfs een witte rug wordt als sterk foutief beschouwd. Het mooie lichte duivenblauw zul je dan ook bij de EH maar zelden aantreffen. Bij de blauw zwartgebanden stoort soms wat pepering op de achterschilden. Schone schilden bij de zilvers is ook nog lang geen gemeengoed. Als het minimaal is kan aan dergelijke dieren nog steeds het predikaat F gegeven worden.

Productiviteit

De EH staan er voor bekend dat ze probleemloos zelf hun jongen kunnen grootbrengen. In Duitsland paart men oudere dieren vaak aan een jongere partner in de verwachting dat dit de productiviteit ten goede komt. Bepaalde stammen schijnen nogal vechtlustig te zijn en daardoor minder geschikt om samen met andere rassen te worden gehouden.

Tot slot

Voor adressen van fokkers of andere inlichtingen betreffende de Homerrassen kunt u zich wenden tot de secretaris van de "Schoonheids Postduiven Club" in Nederland.

Geraadpleegde literatuur

De postduivenrassen door C.A.M. Spruijt

The Pigeon door Wendell Mitchell Levi

Taubenrassen door Joachim Schütte

Handbuch der Taubenrassen door Schütte, Stach en Wolters