Naar EH                            De Exhibition Homer anno 2018

Exhibition Homer

Het kenmerk bij uitstek van de Engelse Schoonheidspostduivenrassen is natuurlijk hun extreme kopbelijning. De meest markante kopbelijning in dit gezelschap behoort zonder twijfel toe aan de Exhibition Homer. Met zijn driehoekige horizontaal gedragen kop en opgerichte lichaamshouding is het een imposante vertegenwoordiger van de groep vormduiven.

In de praktijk zijn er best wel aardig wat fokkers die er mee beginnen. Velen stoppen er echter al snel weer mee omdat het ras een chronische darmstoornis zou hebben. Dat de ontlasting met alle middelen van de wereld niet normaal te krijgen zou zijn. Persoonlijk denk ik dat dit een fabel is, omdat mijn ervaringen maar ook die van de huidige fokkers niet zo sterk is. Wel lijkt het er op, alsof het ras gevoeliger is voor stress dan andere rassen en met een strenge selectie is hierin zeker verbetering te krijgen. Een viertal van mijn dieren die ik ter bezichtiging op een van de postduivenbeurzen had opgesteld verdwenen naar het land van oorsprong Engeland, omdat de dame die ze kocht, in alle toonaarden beweerde, dat ze deze kwaliteit daar al lang niet meer had aangetroffen. Zowel in type als in koplengte doen de Nederlandse dieren het zo slecht nog niet. Hier hebben wij jarenlang geselecteerd op de kop maar ook de body en stand zijn we niet vergeten. Op de laatste VDT show in Leipzig zaten 40 Exhibition Homers. Bijna allen lieten het afweten in body en de afhellende stand. Een paar dieren, met name bij de zwarten, hadden mooie koppen met veel snavel massa en een forse kop echter in body lieten zij het ook zitten. Ik wilde er niet 1 meenemen, los van de prijs van 250 euro voor een blauw zwartgebande of blauw gekraste. Het zegt natuurlijk alles van de huidige stand van het ras bij ons en bij onze oosterburen,

Het type

Word volgens de standaard, middelgroot verlangd. Door fokkers en keurmeesters wordt echter de voorkeur gegeven aan krachtige wat grotere types. Vooral overjarige doffers zijn maar iets kleiner dan Show Homers. Als ze te klein worden gaat dat onherroepelijk ten koste van de kopsubstantie. Voor mij staat vast dat veel lengte in de voorkop gepaard gaat met veel lengte in de achterpartij. De in de standaard gevraagde korte staart moet als een nog niet te verwezenlijken ideaal gezien worden.

De ringmaat (10 mm) zegt al veel over de benen. Krachtig, hoogstens middellang, niet te dicht bij elkaar en vrij ver naar achteren geplaatst. Ik ring mijn Exhibition Homers tegenwoordig met 11 mm ringen omdat ik  al een aantal keren de ring heb moeten verwijderen na een paar jaar omdat deze in het loopbeen vast dreigden te groeien.

In stand willen we geen stramme benen maar iets buiging in de hielgewrichten zien. Borst breed en vol, iets voor de vleugelbogen uitkomende.

Als de vleugelbogen niet door de borstbevedering worden afgedekt wordt daar geen aanmerking over gemaakt. De hals wordt middellang en krachtig verlangd, dus vol uit de borst komende maar smaller verlopende naar de keel. scan0003_1Vooral dat laatste is erg belangrijk, het is onmogelijk op een dikke bovenhals de gewenste scherpe keeluitsnijding te realiseren. Deze dieren kom ik nog regelmatig tegen zonder dat de keurmeester hier iets over zegt, het bepaald mede het zicht op de lengte van de voorkop, deze lijkt met een goede keeluitsnijding langer dan met een volle keel.

 Vleugels

Ook aan de vleugeldracht moet veel aandacht worden gegeven. Een slechte rug afdekking komt bij de EH vrij regelmatig voor en dat euvel moeten we er bij dit ras beslist niet in laten sluipen. Iedere neiging om de vleugeleinden te laten zakken moet bestraft worden.

 Stand

Word vrij hoog opgericht verlangd. De halsdracht is daarbij vrijwel verticaal, rug en staart vormen een nagenoeg rechte aflopende lijn. Normaal hebben de EHís weinig problemen met de stand echter ik kom ze toch nog regelmatig tegen en soms ook met een hoog predicaat, willen we daar vanaf zullen we deze dieren moeten drukken. Als ze echt te vlak staan is ZG, ondanks eventuele andere kwaliteiten, hun hoogste deel.

Kopbelijning

Een plaatje zegt meer dan duizend woorden is op het onderstaande volledig van toepassing. Fors, krachtig, lang met een volkomen vlakke schedel is de wens. Het ideaal is natuurlijk veel lengte en veel substantie. Jammer genoeg missen die extra lange koppen altijd substantie. In de praktijk moeten we met een compromis genoegen nemen. De voorkoplengte wordt bepaald door de afstand tussen oog en mondhoek. De snavel willen we zo kort en stomp mogelijk. Van boven en van opzij gezien moet de kop een wigvormige belijning tonen. De kopdracht wordt, afgemeten aan de lijn die wordt gevormd door boven- en ondersnavel, horizontaal verlangd. De denkbeeldig doorgetrokken snavellijn moet onder het oog doorlopen. Het hoogste en breedste punt van de schedel ligt achter de ogen. De volkomen vlak gewenste schedel vormt een geheel met de snavel. De zijdelingse schedelbelijning (van boven gezien) moot zonder kneep of welke onderbreking dan ook vanaf de achterkop wigvormig verlopen naar de snavelpunt. De achterkop moet hoekig overgaan in de nek. Zoals reeds gezegd tonen duivinnen vaak de meest markante achterkopbelijning. Het belang van een scherpe keeluitsnijding kan niet vaak genoeg herhaald worden. EH met een volle keel tonen altijd te weinig lengte in de voorkop. In de literatuur wordt de minimale voorkoplengte, gemeten van midden oog tot snavelpunt, met I 7/8 inch (+/- 47 mm) aangegeven. Aan deze eis kunnen de tegenwoordige dieren probleemloos voldoen.

Vaak voorkomende fouten in de kopbelijning

Te grove neuswratten die aan de zijkant de kopbelijning verstoren komen wel het meeste voor. Ook kneep is een veel voorkomend euvel.        Nafok van Engelse importdieren hebben soms een wat bolle kopbelijning (vermoedelijk het gevolg van het infokken van Show Homers.            Volle kelen en uitgezakte of slecht bevederde oogranden komen ook nog al eens voor.

Snavel

Een korte, stompe maar vooral rechte snavel met gelijke onder en bovensnavel wordt gewenst.

Oogkleur en Oogranden

De gewenste oogkleur is voor alle kleurslagen licht parelkleurig. Een volkomen witte oogkleur zoals bijvoorbeeld bij een Hagenaar wordt niet direct geŽist, maar hoe witter hoe beter. Wel moeten we heel goed blijven selecteren op de rode adering in de ogen van sommige duiven, deze dieren kunnen we beter niet mee fokken. Het is ongewenst. De blauwe kleuren laten meestal de beste parelkleur zien. Bij de roodzilvers is de kleur vaak een beetje gelig. Bij jonge dieren moeten de laatste slagpennen volgroeid zijn alvorens men de hoogste eisen kan stellen. Bij oude dieren moet de oogkleur aan redelijke eisen voldoen. Oogranden, fijn van structuur, de kleur is aangepast aan de bevedering. Een veel voorkomend euvel bij dit ras is een ovale omsluiting van het oog. Een slechte of gedeeltelijk ontbrekende bevedering van de onder-oogrand moet vermeld worden op de kaart.

Neusdoppen

Een belangrijk raskenmerk bij de EH is de wratvorm (de midden scheiding die vrijwel tot aan de snavelpunt doorloopt) geldt bij alle andere Schoonheids Postduivenrassen als een uitsluitingfout. Lang V-vormig met een fijne gladde structuur en een volkomen bevederde midden scheiding zijn de verdere eisen. Bij oudere dieren worden de neusdoppen soms wat grof, vooral bij dieren met forse snavels, het lijkt dan of ze geknepen zijn tussen de neusdoppen en de ogen maar de neusdoppen zijn de oorzaak, beter is dan op de kaart te zetten neusdoppen worden erg grof.

Kleurslagen, kleur en tekening

Donker, Dominant Rood en Geel, Blauw ongeband, Blauw zwartgeband- en gekrast, blauwzilver donkergeband- en gekrast, rood- en geelzilver in geband en gekrast, blauw- en blauwzilverschimmel en sinds dit jaar wit, daar moeten we het mee doen.                                                           Bont of getijgerd is niet erkend, zelfs een witte rug wordt als sterk foutief beschouwd.                                                                                  Het mooie lichte duivenblauw zul je dan ook bij de EH maar zelden aantreffen. Bij de blauw zwartgebanden stoort soms wat pepering op de achterschilden. Schone schilden bij de roodzilvers is ook nog lang niet altijd zo. Als het minimaal is kan aan dergelijke dieren nog steeds het predicaat 96 gegeven worden.

 De Fok

Het fokken met de EH is niet echt moeilijk. Het is een ras wat door de band genomen goed voor zijn jongen zorgt. De jongen voeren ze meestal uitstekend,  's avonds liggen de jongen bijna altijd met volle kroppen te glimmen in de broedschotels. Als dit niet het geval is, dan is er meestal meer aan de hand en schort er misschien iets aan de gezondheid van de ouderdieren of de jongen. Een bezoek aan de duivendokter is dan misschien wel op z'n plaats om te onderzoeken of er meer aan de hand is. De E.H. is een ras wat met de nodige zorg omringd moet worden. Ze kunnen slecht tegen vochtig en koud weer, ze zitten dan in het hok of in de voliŤre met de veren wijd uit en ingetrokken kop.

Als ze ziek worden hebben ze soms wel eens moeite er zelfstandig weer bovenop te komen. Door selectie op de gezondheid moet je proberen de fokdieren sterker te maken. De beste dieren komen voor in blauw zwartgeband en blauwkras, maar ook zijn er wel goede roodzilver gebande duiven. De roodkrassen zijn sterk in de minderheid. De kwaliteit van de roodkrassen is echter meestal wel minder dan die van de andere kleuren. Waarschijnlijk omdat er maar een paar dieren van zijn. De roodzilver gebanden zijn de laatste 2 jaar goed vooruit gegaan. Waar moet je nu op letten bij de fok van deze duiven. Paar nooit twee duiven met dezelfde fout aan elkaar. Probeer altijd door compenseren je doel te bereiken.

Stand

Het eerste waar je naar moet kijken en dan weet ik dat ik er anders tegen aan kijk dan sommige fokkers en wat in de Engelse  standaard staat dat is type en stand. Dit moet gewoon perfect zijn.

Als je aan de  stand concessies doet dan leg je het vast en op  den duur heb je duiven die het grootste deel  van de tijd niet goed staan.

Een echte Exhibition Homer  staat als een huis!!

Het type moet fors zijn, Als je een EH in de hand houd moet je een flinke hand vol hebben, soms heb je moeite om ze vast te houden, De duivinnen zijn zoals in bijna alle rassen wel iets  kleiner, maar ze moeten toch ook flink body hebben. De borst moet voor de vleugelbogen uitkomen. Achter moeten ze goed kort zijn, het is wel zo dat lengte in de voorkop ook vaak samengaat met lengte in de achterpartij dus ook hier zullen we met het koppelen de gulden middenweg moeten bewandelen.

Het tweede waar je op moet letten is de kop met vulling van de voorkop

Een goede E.H. heeft veel lengte in de voorkop, echter lengte gaat heel vaak samen met kneep (kneep is een versmalling in het stuk tussen de ogen en de wratten), het is lelijk en je moet hier enorm streng op selecteren. Je kunt beter een duif hebben met een iets kortere voorkop maar met een hele goede vulling.

Dan de achterkop

Deze moet zo markant (lees hoekig) mogelijk zijn, echter dit mag niet ten koste gaan van de vulling van de voorkop. Deze moet te allen tijde goed gevuld zijn, kneep is ongewenst.

Bij de keuringen moeten we dus iets toleranter zijn als het gaat over de achterkop.

Wat niet wegneemt dat als er twee vergelijkbare duiven zijn en de 1e heeft een markantere achterkop dan de 2e  de 1e duif een hoger predicaat moet krijgen of toch in ieder geval hoger geklasseerd moet worden dan nummer 2.  

De snavel

Moet recht, kort en stomp zijn. Hij moet goed gesloten zijn.

Dit is ook een onderdeel waar je goed op moet selecteren. Er zijn nog veel E.H. die een kromme bovensnavel hebben, met vijlen probeert men dan de boel recht te krijgen, maar als dit niet lukt is er maar een remedie en dat is NIET MEE FOKKEN OF WEGDOEN.

 

 Sytze de Bruine