American-Showracer
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Donker | Dominant rood | Donkerkras | Donkerkras |
![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
Blauw gekrast | Geelzilver gekrast | Blauw zwart geband | Blauw gekrast |
|
Deze roodzilver is in 2007 algemeen kampioen
geworden in (de verenigde staten) Amerika.
Ontstaan en geschiedenis van de Amerikaanse Showracer

Voor het ontstaan van de Showracer moeten we terug naar het einde van de vorige eeuw. Na afloop van de Civil War (de burgeroorlog) in de Verenigde Staten hernam het leven zijn normale loop weer; toen ook de economie weer wat verbeterde werden er tal van duivenrassen uit Europa geïmporteerd. Vooral de verschillende Belgische postduivenrassen waren hierbij sterk vertegenwoordigd. Duiven- liefhebbers voornamelijk uit New York en Massachusetts, veelal zelf van Europese afkomst, hebben in die jaren veel duiven uit Engeland, België maar ook wel uit Nederland geïmporteerd. Na de 1e wereldoorlog was er opnieuw zo’n opleving en werd er geld nog moeite gespaard om werkelijk topmateriaal naar Amerika te halen. Bij de fokkers thuis, in achtertuinen en dierenwinkeltjes werden die duiven bekeken en besproken. Maar zelfs toen al was er dat grote verschil tussen vlieg- en showduivenliefhebbers. Natuurlijk waren er ook fokkers die zowel vliegduiven voor de wedstrijdvluchten en daarnaast speciale voor de show bestemde duiven hadden. De ontwikkeling van Racer (vliegduif) voor de wedstrijdvluchten tot Showracer (dus alleen voor showdoeleinden) ging in vergelijk met de Engelse Homerrassen erg langzaam. In alle rasbeschrijvingen in Amerikaanse vaktijdschriften kan men lezen dat het ras door jarenlange selectie van Racers (wedstrijdpostduiven) ontstaan is. Gezien de foto’s en afbeeldingen van zelfs winnende duiven uit de vijftiger jaren kan men gerust aannemen dat er na die tijd een flinke portie Show Homer is ingefokt. John Heidig en George Hefele maar ook anderen die niet bij name worden genoemd speelden decennia lang een centrale rol bij de ontwikkeling van de Showracer. Maar ook in andere delen van het land stond men niet stil. Op "The White Plain National" werden een aantal van de allerbeste dieren uit die tijd door Bill Rice en Amos Hodson geshowd. Laatst genoemde behoort ook nu (in 1998) nog altijd tot de echte topfokkers, op de nationale shows brengt hij nog steeds winnende dieren in de kooien Een echte mijlpaal was de "National Show of New York" in 1931 die in John Blade’s dierenwinkel werd georganiseerd. Deze specifieke postduivenshow was in eerste instantie bedoeld voor de omgeving van New York en Noord New Yersey en behalve vliegduiven die hun waarde op de wedstrijdvluchten hadden bewezen kon men er ook post duiven inzenden die alleen voor hun showwaarde gehouden werden. In enkele jaren werd deze show de belangrijkste Nationale show in Amerika op het gebied van vlieg- en showpostduiven. Na de 2e wereldoorlog (in de begin vijftiger jaren) begon de opkomst van de commerciële luchtvaart daarmee werd het grootste probleem (de enorme afstanden) in de Verenigde Staten voor een deel opgelost. Voor die tijd was men per trein soms dagen onderweg om een show bij te wonen, dat dit het aantal inzendingen/bezoekers niet bevorderde kan men zich voorstellen. In de oorlogsjaren hadden vele jonge mannen hun diensttijd doorgebracht als duivenverzorgers bij de land- en luchtmacht. Een aantal van deze mannen, die uit alle uithoeken van het land kwamen, zouden na de oorlog tot de belangrijkste fokkers van het land gaan behoren, het lag voor de hand dat zij door ruilen en samenfokken de verspreiding van het ras enorm hebben versneld. Zoals hiervoor reeds aangegeven, het is allemaal begonnen in het noordoosten van het land toch hebben de fokkers uit zuid- en centraal Californië, de laatste decennia, een steeds groter aandeel in de ontwikkeling van het ras gekregen. Volgens een artikel in "Pigeon Debut" heeft Don Andrews, een schatrijke handelaar in ijzerwaren, die op zijn hokken zo’n 7000 duiven had daarin een grote rol gespeeld. Deze man ging zelfs zover dat hij befaamde duivenkenners uit Europa over liet komen om ze als verzorger in dienst te nemen. Ook bekende Amerikaanse fokkers haalde hij op dezelfde wijze naar de omgeving van Los Angeles. De grootste Nationale Show in de Verenigde Staten "The Pageant of Pigeons" vindt dan ook plaats in L.A. en wordt georganiseerd door de Los Angeles Pigeon Club. De laatste jaren worden de Show-Racers op de Nationale Shows in de V.S. haast zonder uitzondering gekeurd door zg. Master-Breeders, duivenliefhebbers, die zelf sinds jaar en dag tot de meeste succesvolle fokkers van het ras behoren. De Show Racer is een typisch Amerikaans ras dat met zijn super strakke bevedering in de smaak valt bij duivenfokkers over de hele wereld, zowel in Australië en Afrika maar tegenwoordig ook in Europa zijn ze steeds vaker op de tentoonstellingen te bewonderen. Toch verschenen pas in 1990 de eerste Show Racers op de grote landelijke shows in Duitsland. Friedel Bossmeyer uit Fränkisch-Crumbach een Duitse duivenkeurmeester, was op tentoonstellingen in de V.S. diep onder de indruk van dis ras gekomen, Hij was één van de eersten die topmateriaal uit Amerika in Duitsland importeerde. In 1996 werd op zijn initiatief de Duitse "Show Racer Club" opgericht, binnen een jaar telde die al meer dan honderd leden. Het ledental zal ongetwijfeld nog veel hoger worden als de aanschaf van goed fokmateriaal wat makkelijker (lees betaalbaarder) wordt. Vele Duitse fokkers zijn inmiddels zelf al de grote plas overgestoken om rechtstreeks in Amerika fokmateriaal aan te schaffen. Onder leiding van Gottfried Ernst uit Rodgau/Dld. bezochten in Januari 1998 enkele tientallen Duitse fokkers de grote nationale show in. San Bernadino LA. Deze duivententoonstelling (met het record aantal inzendingen van 8800) werd georganiseerd door de National Pigeon Association Gedurende hun verblijf in de Verenigde Staten werden een aantal topdieren (waaronder zelfs showwinnaars) aangekocht. Het laat zich raden dat dit aanzienlijke kosten vergt. De Nederlandse duivenliefhebbers zijn veel behoudender, en minder snel bereid dergelijke bedragen aan duiven te spenderen. Ondergetekende maakte in 1993 op de "Jungtierschau" in Hannover/Dld. voor het eerst kennis met het ras, in 1994 werden de eerste koppels aangeschaft. In 1995 werd het ras voor erkenning op de bondsshow "Avicultura" ingestuurd en door de NBS standaardcommissie erkend. Nu (najaar 2003) zijn er in Nederland een twaalftal fokkers maar ik verwacht dat er, gezien de belangstelling, spoedig meer zullen zijn. Fok De verdundkleurigen hebben over het algemeen wat minder body dan de overige kleurslagen, met het keuren moet men daar rekening mee houden. Showracers zijn vitale duiven die met veel zorg hun eigen jongen grootbrengen. Toch kan men het beste oud met jong verparen. Een koppel bestaande uit twee late jongen brengt vaak teleurstelling Op het hok blijken het makke duiven te zijn. Als er kalm mee wordt omgegaan laten ze zich van hun zitplaats oppakken zonder dat ze proberen weg te vliegen. Toch is het niet allemaal zonneschijn, het kan niet ontkend worden dat de doffers nogal vechtlustig zijn. Vooral bij het koppelen in het voorjaar komt het tot echte vechtpartijen. In een soort omhelzing, die soms minuten lang kan duren, houden ze elkaar bij de mondhoeken vast. De verwondingen die zo ontstaan zijn in de vorm van onderwratten later altijd zichtbaar. Als de rangorde eenmaal definitief is vastgesteld is dat probleem voorbij. In tegenstelling tot sommige rassen die de uit hun broedhok geraakte vreemde jonge duiven tot bloedens toe verwonden komt dit bij de Showracers niet voor. Herhaaldelijk heb ik vastgesteld dat bedelende jongen spontaan door meerdere adoptieouders werden gevoerd. Standaard De huidige Amerikaanse standaard dateert van 1979, de laatste aanpassing van de tekst vond plaats in September 1993. In de nieuwe tekst wordt meer aandacht gegeven aan de precieze omschrijving van de verschillende raskenmerken. Ook de ideaalafbeelding was aan revisie toe, in 2009 is de vernieuwde standaardafbeelding door de NBS standaardcommissie geaccepteerd, vooral kop en snavel maar ook de nek worden krachtiger weergegeven. De laatste vier jaar wordt daarover al gediscuteerd. In November 1996 werden de laatste schetsen (gemaakt door Diane Jacky) door het bestuur naar de leden van de ASRA (American Showracer Association) gestuurd. Die nieuwe schets bevat een front- top- en zijaanzicht, vooral het zij- aanzicht is imponerend mooi maar een beslissing hierover is nog niet genomen. De Duitse en de Nederlandse standaard zijn haast letterlijke vertalingen van de Amerikaanse standaard met uitzondering van enkele kleurslagen die bij ons nog niet erkend zijn. Show Racers in detail gezien Type en stand Het type verlangen we krachtig, dus zichtbaar groter dan postduiven. De benen ternauwernood middellang, goed gehoekt en ver naar achter geplaatst. Borst en buik moeten royaal voor en onder de vleugelbogen uitkomen. Door de strakke bevedering zijn die vleugelbogen, van voren gezien, toch vaak zichtbaar. Een forse krachtige hals, middellang. En last but not least kort in de achterpartij. Om het predikaat Fraai te verdienen moet een Show Racer een opgerichte vaste stand tonen. Voor de tentoonstelling is het ideaal ongeveer een hoek van 45 ° maar duiven die voor de fok gebruikt worden zien we liever nog meer opgericht. Borstbeen, het borstbeen willen we lang maar beslist niet diep. Bij het in de hand nemen mag het borstbeen dus niet buiten het omringende borstvlees uitsteken. Neem maar een eend in de handen dan kun je precies vaststellen wat ik bedoel. Grootte Het gaat om de harmonie van het geheel. Veelal worden er te overdreven eisen aan de grootte gesteld. De Amerikaanse speciaalclub geeft een gewicht aan tussen 18 en 22 ounces voor oude dieren. In grammen (1 ounce is 28,35 gram) tussen 510 en 625 gram. Dat is maar weinig meer dan de 450 gram van een gemiddelde postduif. In het zelfde artikel wordt ook gesteld dat oude fokdoffers vaak zwaarder zijn dan 30 ounce. Zelf geef ik de voorkeur aan de wat krachtigere types. Hals Middellang, vol en krachtig uit de borst komende en eindigende in een scherp uitgesneden keel. Kopdracht De kopdracht is voor het uiterlijk erg belangrijk. Ideaal is een kopdracht waarbij de snavelpunt maar iets lager dan horizontaal wordt gedragen. Te laagzichtig moet bestraft worden. Kopbelijning Van boven gezien verlangen we, vooral bij de doffers, een brede schedel die vanaf de ogen naar de snavelpunt maar weinig smaller wordt. De voorkop (tussen oog en snavel- aanzet) vrij lang. De snavel moet vrij breed aanzetten, stomp en krachtig. In profiel gezien moet de kop een wat gestrekte indruk geven, goed gerond (dus niet te vlak in voorkop) en voldoende substantie boven de ogen. Snavelwratten Zowel wratvorm als wratstructuur spelen bij de beoordeling maar een bescheiden rol. Alleen "Steg" een wratvorm zoals bij de Exhibition Homers waarbij de veren tussen de beide wrathelften tot aan de snavelaanzet doorgroeit, wordt als een ernstige fout gezien. Bij de theoretische mogelijkheid van twee verder gelijkwaardige dieren wint natuurlijk de duif met de betere wratvorm. Op de beoordelingskaart moet een ruwe of slechte wratvorm wel worden vermeld maar bij de huidige stand van het ras niet bestraft worden. Oude doffers hebben haast zonder uitzondering onderwratten bij de mondhoeken, dit wordt vooral door vechten bij het begin van het fokseizoen veroorzaakt. Vooral de duiven van Bill Schlieper winnen in Amerika aan de lopende band hun "B.O.B. of B.O.S." (best of breed of best of show) hun nafok in Duitsland valt naast hun volume van kop en snavel vaak op door de grove wratstructuur. Oogkleur Bij voorkeur donkerrood tot heel diep kastanjebruin. Vooral bij de duiven met de Indigo Factor wordt een zeer donkere oogkleur toegestaan, maar als de iris vrijwel net zo donker is als de pupil wordt dat ook in Duitsland bestraft. Voor bleke, matte of lichte ogen is minder consideratie. Bij duiven met de bruinfactor is het zogenaamde valse parel- oog toegestaan en bij witten een donker oog. Showracers met gele of parelogen zijn niet geschikt voor showdoeleinden. Oogranden Aan de oogranden worden hoge eisen gesteld, die dienen zo smal mogelijk en in kleur passend bij de veerkleur te zijn. Kleurslagen De hierna volgende kleurslagen zijn in Nederland erkend: Zwart, blauw zwartgeband, roodzilver geband, geelzilver geband, blauwzilver donker geband. Blauw-, roodzilver-, geelzilver- en blauwzilver gekrast. Donker, (dominant) rood, (dominant) geel, Andalusisch blauw. Indigo ongeband, indigo geband, indigo gekrast. Blauw-, roodzilver-, geelzilver- en blauwzilver schimmel. Nog niet erkend zijn: Dominant en recessief opaal, de bruine kleurslagen, de miskleuren en de zeldzame kleuren zoals de saddles, waarbij alleen de vleugelschilden zijn gekleurd, en de faded. Fouten Alle fouten het type en de stand betreffende moeten zwaar bestraft worden. Show Racers die te horizontaal staan en/of een lang smal type tonen zijn (ondanks andere kwaliteiten) met G. dik beloond. Show Racers hebben een dik pak veren en moeten er altijd super strak bevederd uitzien. Losse bevedering in hals of achterpartij of veerwervelingen in de hals moeten tot een laag predikaat leiden. Voor te ruwe wratstructuur bij jonge dieren moet bij de beoordeling een punt worden afgetrokken. Jan Jacobs
|

Winnaar op
de SPC Clubshow 2004
Fokker: S. de Bruine