Index    Nieuws    Vererving   NSP  DSP   Dragoon    Gen.Homer   Show Homer  Ex.Homer   Show Antwerp  Giant Homer   Show Racer
 
BTTR   Gastenboek   Ledenlijst   Vraag & aanbod Links Rasbegeleidingscommissie

 

            

 

 

                                                                 De Engelse Schoonheidspostduivenrassen

                                                                                        DE Genuine Homer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

         

 

                                 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door Jan Jacobs

Ontstaan en geschiedenis van de Genuine Homer

De combinatie van mooi en goed, vertegenwoordigt in één duif, heeft postduivenfokkers over de hele wereld al meer dan een eeuw bezig gehouden. Maar tot dusver heeft iedere selectie op uiterlijk tot vermindering (lees verdwijning) van de vliegprestaties geleid. Met de creatie van de Genuine Homer leken de Engelse fokkers het onmogelijke mogelijk te maken.

De Genuine Homer is de jongste maar, qua body, met afstand de fraaiste van de Engelse schoonheidspostduivenrassen. De eerste standaard van dit ras werd pas gepubliceerd in 1924. In heel veel opzichten is dit ras de tegenhanger van de Show Homer (waarvan de eerste standaard al in 1887 tot stand kwam). In body maar ook in kopbelijning komt dat tot uitdrukking. Show Homers zijn, oneerbiedig gezegd, altijd wat los bevederde lange schuiten, goede Genuine Homers vertonen een haast volmaakt driehoeksmodel met daarbij een super strakke bevedering. Bij de Show Homer wordt een extreem lange, geronde (bolle) kop gewenst, bij de Genuine Homer een uitgesproken holle en hoogstens middellange kopbelijning. Al voor het begin van de eerste wereldoorlog werd duidelijk dat de herhaalde pogingen om een "dual purpose" ras te creëren op faliekante mislukkingen waren uitgelopen. Show Antwerp, Show Homer en Exhibition Homer waren inmiddels tot prachtige tentoonstellingsrassen geëvolueerd maar volkomen ongeschikt voor de wedstrijdvluchten. Omstreeks 1910 was er in de omgeving van Sheffield een kleine groep postduivenfokkers die door hun werk (als mijnwerker) en hun gezamenlijke hobby veel contact met elkaar hadden. Het waren haast zonder uitzondering fervente liefhebbers van echte Homers (postduiven voor de wedstrijdvluchten). Zij waren overtuigd dat het mogelijk moest zijn zonder inkruisen van andere rassen, dus alleen door langjarige selectie uit echte vliegduiven, een ras te creëren dat niet alleen op de wedstrijdvluchten maar ook in de showkooi zou voldoen. Alle extremiteiten die de andere tentoonstellingshomerrassen als vliegduif ongeschikt maakten moesten worden vermeden. Om zeker te maken dat de vliegeigenschappen bewaard zouden blijven zouden er alleen bevlogen duiven (met vermelding van km.klasse) geëxposeerd mogen worden. De naam van het nieuwe ras "Genuine Homer" (echte postduif) gaf hun bedoelingen goed weer. De eerste jaren vertoonden hun duiven nog weinig verschil met wat wij nu de standaardpostduif noemen, ook in de oogkleuren was er nog weinig eenheid. Vooral over de ideale kopbelijning kon men het moeilijk eens worden maar in 1924 kon toch de eerste standaard worden gepubliceerd. Door het vasthouden aan die gewenste vliegeigenschappen ging de ontwikkeling van het ras veel langzamer dan bij de andere tentoonstellingspostduivenrassen. Op foto’s zelfs van vlak voor de oorlog is vast te stellen dat het toen aan eenheid in het ras nog ontbrak. Pas na de tweede wereldoorlog waren de kenmerkende raseigenschappen genetisch goed vastgelegd. Het ligt voor de hand om te vermoeden, dat in die oorlogsjaren sterk is geselecteerd op de showwaarde. De verplichting tot deelname aan de prijsvluchten had men al eerder laten vallen en in de oorlogsjaren waren er zo wie zo geen wedstrijdvluchten. De pioniers uit de beginjaren hadden veelal afgehaakt en hun opvolgers waren minder strikt. Door het inkruisen van tuimelaars werd de oogkleur enorm verbeterd. Al is het streven van die Engelse fokkers, uit de beginjaren van dit ras, in feite dus ook mislukt toch staat de Genuine Homer nog dicht bij de gewone vliegpostduif. Robuustheid en vitaliteit zijn volledig bewaard gebleven. Gedurende zo’n negentig jaar is geselecteerd op het ultieme driehoeksmodel met een super smalle staart. Of dit de oorzaak is weten we niet maar in de tachtiger jaren bleek dat bij hele stammen één of meer staartpennen ontbraken. De daarop ontketende heksenjacht heeft in ons land haast tot de ondergang van dit prachtige ras geleid. Achteraf is gebleken dat met het uitsluiten voor de fok van dieren met te weinig staartpennen dit euvel in enkele jaren was op te lossen. Een ander fenomeen is de altijd wat minder vaste ontlasting, waarschijnlijk veroorzaakt door te royale wateropname. Als ze in het zelfde hok met een ander ras worden gehouden is aan de mest te zien waar de Genuine Homers hebben gezeten. Bij controle door een dierenarts blijkt dan dat er met de gezondheid niets mis is. Ook bij de Domestic-Flight (een Amerikaans ras) is het zelfde euvel bekend.

Genuine Homers anno 2016                                         Jos De Poel

 

Hoe anders kan het gaan door wat extra promotie.

Soms heb je geen idee waarom bepaalde duivenrassen wel en anderen weer niet op de gunsten van de fokkers mogen rekenen. Op even onverklaarbare wijze zie je dit dan om onduidelijke redenen zomaar veranderen. Een enkele keer heeft het echter wél een duidelijk aanwijsbare reden. Zo zag je dat in Duitsland de Nederlandse Schoonheidspostduif enorm populair is geworden in slechts een paar jaar tijd omdat één man er enorm voor gaat. In ons land zie je dat de enorme populariteit van b.v. de Duitse Modena de afgelopen jaren sterk is afgenomen juist door het wegvallen van iemand die de kar trok. Relatief gezien is dit ook met de Genuine Homer aan de hand mede door persoonlijke promotie want jarenlang was er immers voor de Genuine Homer in ons land amper belangstelling. Ook in de ons omringende landen was het ras een ondergeschoven kindje, al waren er in Engeland traditiegetrouw altijd wel een aantal fokkers die het ras trouw bleven. Zelden of nooit kwamen er dieren vanuit Engeland over naar het vaste land en werden er toch dieren geïmporteerd, dan bleef het meestal bij één keer. O.a. omdat de verschillen van de standaard interpretatie tussen Engeland en de vaste wal nogal uiteen liepen. Niet de standaard op zich, de teksten daarvan waren aardig met elkaar in overeenstemming. Er was destijds duidelijk sprake van een Duitse en een Engelse richting. De z.g. Duitse dieren waren kort en breed en nauwelijks in één hand vast te houden, Ik herinner me nog heel goed dat ik met de onlangs overleden duivenvriend, fokker en keurmeester, Jan Jacobs naar Duitse fokkers trok om daar versterkingen voor hem te halen. Hij veronderstelde dat deze in zijn ogen het beste voldeden aan de Genuine Homer die wij of liever gezegd hij wenste. De gedachte was, dat het ras in Engeland stil had gestaan en dat het in Duitsland was opgenomen in de vaart der volkeren, zoals dat met alles ging waar onze oosterburen zich op wierpen.

De Engelse dieren waren kleiner (althans de dieren die wij hier kregen) en hadden een minder geprononceerde Dip en in dit opzicht voor ons eerlijk gezegd wat minder aantrekkelijk, je moest er ook nog voor op de boot, een heel gedoe.

Zo liet ik enige jaren geleden toen er in ons land geen keurmeester-examens meer gedaan konden worden op dit ras, uit Engeland door duivenvriend Bill Wilson een tweetal koppels meebrengen. Toch was ik niet tevreden over deze dieren en deed ze weer van de hand, mede door de aanhoudend slechte dunne ontlasting van deze dieren, om vervolgens bij verschillende Duitse fokkers dieren te halen. Als eerste van Hans Werner Laible in het Odenwald, een fokker waarmee ik via de Showracerclub een buitengewoon prettige relatie had opgebouwd. Later naar Frank Rubel in Dortmund.                       

Deze was toen net Deutsche Meister geworden in blauw geband en blauwschimmel, maar de dieren waarop ik mijn ogen liet vallen wilde hij niet kwijt. Dat was een jaar later anders en toen kwamen deze dieren alsnog naar Beuningen. Met een bevriende Nederlandse fokker bezochten we daarna ook nog  enpassent Hans Eisler op een regionale tentoonstelling. Ik mocht er een duivin uitzoeken maar mijn vriend kreeg jammerlijk nul op het rekest, omdat hij geen dieren vooraf had besproken. Ook de Belgische fokkers zijn deze route gelopen. Ook Daan Admiraal enkele jaren eerder, hij verraste Nederland door uit handen van toenmalig Koningin Beatrix op de Championshow een hoofdprijs te mogen ontvangen. Omdat Daan met enige regelmaat van ras veranderd om zijn werk als A keurmeester naar behoren te kunnen verrichten, ging zijn stam grotendeels naar mijn duivenvriend Twan Polman.

Nu, na een paar jaar zijn onze stammen met elkaar vermengd en wisselen we met enige regelmaat onderling dieren uit en gaan we ook weer op pad om nieuw bloed te halen, het liefst in Duitsland. Overigens zijn wij, maar ook o.a. Jacob Brandsma bereid om goede dieren af te staan, mits voorhanden natuurlijk.

Zoals gezegd zijn onze oosterburen met de auto gemakkelijk te bereiken. Met een autoritje van een paar uur ben je in veel gevallen op de plaats van bestemming. Maar de bronnen dreigen op te drogen, op de tentoonstelling in Halle Leipzig van 2015 was de kwaliteit erg tegenvallend, er ontbraken  dieren van gerenommeerde Duitse fokkers. De leeftijd speelt in veel gevallen hierin een rol. Ook de dieren van Karel Verdonk  bleven afwezig door ziekte van Karel. Onlangs overleed mijn Belgische vriend Jos Agemans, maar gelukkig neemt zijn zoon Gunter de Genuine Homers als enige van zijn vaders rassen over. Ook op de eerste Europese Homershow in Frankrijk verleden jaar, was het een magere vertoning waar het de Genuine Homers betreft.

Omdat in afgelopen twintig jaar in ons land , zelden  meer dan twee fokkers met elkaar wedijverden, werd de interpretatie van de Nederlandse standaard compleet Duits, ook al hoorde je vanuit Friesland soms enig tegengeluid en was Engeland nog steeds het land van oorsprong. Friezen zijn ook in hun taal wat meer op Engeland gericht dan op Duitsland. Ook de Belgische fokker Karel Verdonk had een goede band met Hans Eisler en haalde daar zijn versterkingen vandaan, in ruil voor goede Belgische vliegpostduiven. Momenteel tellen we in Nederland zo`n kleine tien fokkers/liefhebbers, meestal in combinatie met andere rassen. Ik ben al blij, dat in een alsmaar krimpende liefhebberij, er nog liefhebbers meerdere rassen willen fokken om zo de boel in stand houden. Op de jongdierendag 2016 zaten er maar liefst 33 Genuine Homers, waaronder enkele zwarten die jaarlijks beter worden, naar mijn mening zaten er de laatste 30 jaar zelden meer dan de helft.

De toegenomen populariteit zou ik als volgt willen verklaren: Fokkers kunnen haarfijn uit leggen dat er geen prettiger ras op het hok is dan de Genuine homer, rustig in gedrag laten ze zich makkelijk beetpakken. Zeer vertrouwd met hen die ze verzorgen en erg nieuwsgierig wanneer de deur van het hok open gaat. Als de deur op een kier staat, willen ze héél graag weten wat zich achter die deur afspeelt. Doordat ze zich soms te zeer richten op hun baasje, kan het zijn dat ze in de tentoonstellingskooi wat moeilijk te beoordelen zijn.   

De Genuine Homer en zijn specifieke raskenmerken.

Geen eenvoudig duivenras, met duidelijke onderdelen als type, opgerichte lichaamshouding, goed te beoordelen dip, horizontale kopdracht(graag een tikje opgeheven), goed zichtbare borstbreedte en diepte en sterke hals, snel versmallend naar de kop vanuit echt brede schouders, straffe vleugeldracht, juiste snavelvorm (doossnavel) met juiste snavellengte, fijne neusdoppen en strakke bevedering en als kers op de taart een absoluut wit pareloog. Voorwaar ga er maar eens aan staan.

Allereerst het algemeen voorkomen. Een enigszins forse duif, maar zeker niet groot, nauwelijks groter dan een forse postduif, een opgerichte lichaamshouding. Een goede Genuine Homer laat zich, door zijn korte brede slagpennen, een korte staart en breed vleugelschild, in combinatie met een brede-, diepe borst, moeilijk in één hand vasthouden. Hij zal hij zich loswringen en proberen er tussenuit te knijpen.                                                                                         

De rug is met staart en lichaamshouding afhellend. Een goed gevulde horizontale tot iets opgericht gedragen kop met een stijl opgaande voorhoofdslijn. De sterke middellange snavel waarbij de beide snavelhelften even sterk zijn en die bij een goede Genuine Homer, als een doosje op elkaar sluiten. Een overbouwde snavel zien we liever niet.                                 

Na de fijne neusdoppen boven de snavelaanzet komt een vlak stukje van 1 a 2 mm dat we de dip noemen. De kop wordt vrijwel horizontaal gedragen, zo mogelijk ietsje opgeheven, maar lang niet zo sterk als b.v. bij de Dragoon, maar hij mag het wel tonen in de kooi. Een naar beneden gerichte snavel is foutief en zorgt voor een vlakke niet gewenste voor-kop. De opgaande voorhoofdslijn accentueert de markante Dip. Een vlakke voorkop zal geen dip tonen, omdat de snavelaanzet dan naadloos overgaat in die te vlakke voorhoofdslijn. Centraal staat ook de krachtige tamelijk dikke snavel die niet al te stomp is. Bij duivinnen is deze wat moeilijker te realiseren zij hebben meestal een iets langere snavel dan de doffers. De brede snavelaanzet is meestal een garantie voor een goede, goed sluitende snavel. Is de snavel-aanzet te smal dan zullen de jongen in het nest makkelijk een kruisbek laten zien, omdat de bovensnavel bij het voeren door de sterke bek van de ouders naast de onder-snavel kan komen te liggen. Dit is een vroeg selektiemoment.

Fijne naar de veerkleur aangepaste oograndjes omringen de prachtig witte, sprekende ogen. De beide afzonderlijke neusdoppen of wratten zijn klein, glad en V vormig, dat zie je wanneer je de kop van bovenaf bekijkt. Wanneer een V vorm gesloten is ontstaat er een hartvormige wrat zoals bij o.a. de Duitse Schoonheidspostduif en dat is niet de bedoeling van een V vorm. De gedeelde V is gevuld met veren, het onderste deel is van hoorn met soms er tussenin een open bovenzijde (donkere snavel rug). Eigenlijk liggen de neusdoppen als satellietjes op de bovensnavel. Over de structuur hoeven we niet zielig te doen, een verticale ribbeling of Carierachtige woekering is niet de fraaiste wrat bij dit ras. Omdat de standaard hierin geen uitsluitsel geeft, moeten we er niet meer van maken dan het is.

Door gerichte  promotie  met als top de voorjaarsbeurs in Houten, de rassendagen van de SPC en op jongdierendagen, waar de liefhebbers flink wat jongen kunnen laten zien kunnen we  blijven hopen dat de liefhebberij in dit ras nog even blijft voortbestaan. De hoop is daarnaast ook gevestigd op voormalige postduivenliefhebbers, die na te zijn gestopt met wedstrijdduiven, zich op de uit postduiven afkomstige tentoonstellingsrassen willen storten. Met de komst van de grote groep kleurpostduivenliefhebbers is er een in ieder geval een fanatieke maar ook erg actieve groep bij de SPC bij gekomen. Ik ben er van overtuigd, dat door gerichte promotie, de belangstelling voor een ras enorm kan toenemen. Nu nog de Showhomer, de Exhibition Homer, de Dragoon en de Show Antwerp, die kunnen ook wel wat promotie gebruiken. Deze rassen staan in de steigers bij enkele nieuwe liefhebbers, een goede zaak omdat concurrentie nu eenmaal een onontbeerlijk aspect is in onze liefhebberij. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd gaat nog steeds op in dit geval.

Kleurslagen

Het aantal kleurslagen bij de Genuine Homers is uiterst bescheiden. Zwart en donkergekrast, Blauw-, blauwzilver-, rood- en geelzilver in geband en gekrast en daarnaast de blauw- en roodzilverschimmel. Bonten of roekkleurigen in zwart of wit zijn niet erkend. Duiven met een witte rug (die soms ontstaan door het infokken van schimmels) komen voor de hoogste predikaten niet in aanmerking. Snavel- en nagelkleur moeten overeenstemmen en aangepast zijn aan de veerkleur. Aan kleur en tekening kunnen hoge eisen worden gesteld. Vooral bij de blauwe doffers kunnen we het mooiste lichte duivenblauw verwachten, ook smalle, strakke en goed doorlopende banden is bij dit ras eerder regel dan uitzondering. Bij de schimmels moet in kop en buik voldoende pepering zichtbaar zijn, roest in de banden wordt niet getolereerd.

Bevedering

Een super strak aanliggende maar toch royale bevedering. De bevedering moet alle lichaamsvormen afronden. Een te korte bevedering waardoor borstbeen of schouders bloot komen te liggen is beslist niet gewenst.

Beoordeling

Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat de harmonie van het geheel en het totaal van de diverse raskenmerken het eindpredicaat bestemmen. De vraag wat het belangrijkste is, kop of body kan in feite niet worden beantwoord.

Fouten

Bij de verschillende onderdelen ben ik daar al op ingegaan maar de meest voorkomende fouten zijn onvoldoende body, te smal in schedel, te weinig dip, te spits van snavel en hoekige achterkoppen.

Tot slot

Voor nadere inlichtingen of adressen van fokkers kunt u zich wenden tot de secretaris van de Schoonheids Postduiven Club.

 ==================================================================================================================================================

Verslagen van de rasbegeleidingscommissie.                                          

De Genuine Homer in het tentoonstellingsseizoen 2010/2011.                                     Maart 2011

Vooral de borstbreedte is in het type een zeer voornaam punt,hierdoor ontstaat ook de gewenste wigvorm  en een optische kortere duif,de staart breedte deze moet absoluut niet 1 staartpen breed zijn want direct hebben we dan duiven met 10 staartpennen wat ongewenst is dus anderhalve staartpen breed is de eis dan hebben we hier geen problemen mee,de DIP is nogmaals heel gemakkelijk waarneembaar na de neuswrat een klein stukje rechtdoor en dan de oplopende voorhoofdslijn,een kanttekening hierbij zijn de doffers die met het ouder worden grovere neuswratten krijgen en daardoor lijkt het dat de dip minder is maar een kenner zal zeker de grovere wrat weg denken en de juiste dip wel kunnen zien. Nooit mogen oudere doffers gestraft worden omdat ze een grovere wrat krijgen het blijft ten alle tijden een postduivenras. Over de wrat is nogal wat onduidelijkheid, ten eerste is het een V- vormige wrat en geen hartvormige wrat wat nogal verschilt,dus een gedeelde wrat is normaal zelfs wenselijk, ook is een gladde structuur het meest ideale maar ook nu weer de doffers mogen niet bestraft worden als deze iets minder glad zijn.  Al zag ik in Duitsland bij oude en in mindere mate bij jonge doffers carrierachtige wratten zonder een aanmerking op de beoordelingskaart dit lijkt mij niet wenselijk maar het gevaar in deze is wel dat we naar het streven van kleine gladde wratten bij vooral de doffers duivinnenkopjes krijgen en de kopbreedte op die manier verloren gaat hier moeten we voor waken dan liever wat grovere wratten met echte doffer koppen en dito types hier dus niet op drukken wel op te fijne kopjes. Wel is het zo dat bij gelijke duiven degene met de gladste wrat moet winnen, Stand is voor iedereen duidelijk afhellend cq. opgericht,de snavel over het algemeen weinig problemen krachtig en letten op een sterke ondersnavel deze heeft ook net als bij vele andere rassen de neiging om fijner te worden,de ogen en oogranden dit is voor iedereen wel duidelijk en geeft weinig problemen ook de kleur en tekening welke op de laatste plaats komt in de beoordeling weinig problemen,de Genuine Homer is en blijft in de eerste plaats een type duif , kort,krachtig,breed in borst met de juiste dip en mooie brede goed geronde kop.

Fokker: Daan Admiraal    

Keurmeester: Jos de Poel    

De Genuine Homer is in onderstaande kleuren erkend. 

Zwart, blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband, blauw gekrast, blauwzilver gekrast, roodzilver gekrast, geelzilver gekrast, blauw donkergekrast, blauw schimmel, roodzilver schimmel.

 ==================================================================================================================================================

De Genuine Homer in het tentoonstellingsseizoen 2011/2012.                                                                  Maart 2012

 Het type.

Allereerst moeten we alert blijven op het juiste brede en korte type, steeds moet men bij het in de hand nemen geïmponeerd zijn door de borstbreedte de duif moet steeds de neiging hebben om door deze borstbreedte in combinatie met het ongelofelijke wigvormige lichaam uit de handen te glijden, dit moet samen met borst voor en onder de vleugels de belangrijkste eigenschap blijven, met hieraan gekoppeld de afhellende stand, op onze tentoonstellingen zien we soms G.H. die te smal zijn in borstbreedte vaak in combinatie met te weinig borst voor en onder de vleugelbogen deze duiven mogen zeker niet hoog beoordeeld worden, daarom is de keuring in de hand zo belangrijk vooral voor keurmeesters die deze duiven niet vaak keuren, de insiders kunnen door hun ervaring vaak van de buiten kant al zien hoe de breedte van de borst, versmalling en kort lichaam in de hand zou zijn, opmerking hierbij is dat de G.H. In een prima lichaamsconditie moet zijn, anspecken noemen de Duitsers dit, is deze conditie er niet, ziet en voelt men dit, en komt de duif  niet aan de punten die anders er wel zouden zijn.   

De kop.

Zeer belangrijk is de kopbreedte en kopronding met de DIP ,in de afgelopen jaren hebben wij ervaren dat de dip de neiging heeft om steeds minder te willen worden ,en de voorhoofdslijn al halverwege de neusdoppen omhoog wil gaan lopen, ook moeten we ons voor kunnen stellen om bij een grovere neusdop  als het ware onder de neusdop  door te kijken om deze dip te willen zien,  de lijn onder de  neusdoppen moet dan ook bijna horizontaal liggen en niet sterk oplopend, vooral voor de fok is dus een overdreven DIP zeer belangrijk, bijkomende fout  hierbij is te weinig millimeters boven de ogen waardoor de kopronding ook verloren gaat, hoe meer kopronding hoe duidelijker men de DIP ziet, keurmeesters moeten bij dit soort koppen op de kaart zetten DIP  moet duidelijker en kop beter gerond ,voor deze  belangrijke raskenmerken moeten dan punten in mindering gebracht worden ,steeds vaker zien we ook G.H. met fijnere tot fijne kopjes dit is ongewenst want hoe fijner de kop hoe fijner de snavel iets wat we beslist niet willen, daaraan gekoppeld fijnere en gladdere neusdoppen wat sommigen belangrijk vinden maar wat in relatie tot kop, dip en snavel totaal onbelangrijk is, de snavel moet altijd krachtig zijn boven en onder snavel even krachtig dit bereikt men alleen met brede krachtige koppen dat de neusdoppen dan vaak wat grof  worden moete2012n we dan maar voor lief nemen, wat dit aangaat zijn onze oosterburen verder want daar let men totaal niet op te grove neusdoppen en krijgen deze duiven gewoon 97 pnt. nu wil ik met dit schrijven beslist geen grove neusdoppen promoten maar probeer u duidelijk te maken de mate van belangrijkheid bij de G.H., als de snavel het juiste volume niet heeft moeten er punten in mindering gebracht worden, met een prima krachtige snavel en grovere neusdoppen mag een Genuine Homer nog het hoogste aantal punten krijgen andersom nooit, opgemerkt moet worden dat vooral doffers waarbij de neusdoppen bij het ouder worden wat gegroeid zijn de Dip wat moeilijker te zien is maar als je deze wat grotere neusdoppen weg denkt moet men zich voor kunnen stellen hoe deze Dip is, de insider zal hier minder moeite mee hebben dan de wat onervarener keurmeester/fokker maar met deze uitleg hopen wij dat het voor de onervarener keurmeester en fokker wat meer duidelijkheid over deze materie is ontstaan, in de praktijk zien we verder minder problemen met de oogkleur, de oogranden een enkele keer komt het voor dat deze donkerder moeten zijn bij de blauw varianten, de kleur en tekening geeft weinig problemen, komt ook op de laatste plaats in de beoordeling de zwarte kleurslag verdiend onze clementie deze zijn in type nog niet zover ook de kleur is nog niet intensief genoeg hier word aan gewerkt.

Tot zover de belangrijkste feiten over onze GENUINE HOMERS over het afgelopen seizoen.

Daan Admiraal Jos de Poel rasbegeleiders