Index  Nieuws  Vererving   NSP  DSP   Dragoon  Gen.Homer   Show Homer  Ex.Homer   Show Antwerp  Giant Homer  Show Racer
 
BTTR   Gastenboek   Ledenlijst   Vraag & aanbod Links Rasbegeleidingscommissie

 

 

 

 

 

Engelse Schoonheidspostduivenrassen

 DE Exhibition Homer
 

Keel wat vol
 

Kop met veel lengte

Te kort in voorkop

Snavel moet beter sluiten

 

 

 

 

 

Fraaie stand 

 

U opgerichte stand met F horizontale kopdracht

F koplengte met F gerond oog 

    
    

Het kenmerk bij uitstek van alle Engelse Schoonheidspostduivenrassen is natuurlijk hun extreme kopbelijning. De meest markante kopbelijning in dit gezelschap behoort, zonder enige twijfel, toe aan de Exhibition Homer (EH). Met zijn driehoekige, horizontaal gedragen kop en opgerichte lichaamshouding is het een opvallende en imposante vertegenwoordiger van de groep vormduiven.

Geschiedenis

In het artikel over de Show Homer (zie ook Avicultura 9-1996) is de geschiedenis van de Engelse Schoonheidspostduivenrassen uitvoerig beschreven. De EH is in feite ontstaan als nevenproduct van de Show Homer. De sterke verwantschap tussen beide rassen is vooral op afbeeldingen van voor de eerste W.O. duidelijk zichtbaar. De SH was in die jaren in Engeland een echt moderas waar tientallen fokkers zich mee bezig hielden. Genetisch gezien stond dat ras toen nog in de kinderschoenen. Vooral de gewenste kopbelijning, waarbij de voorkop tussen ogen en bekaanzet even breed moet zijn, was de oorzaak van veel uitval. Een groot percentage van de nafok hadden te spits toelopende vlakke koppen, een gevolg van de, voor hun oogkleur, ingefokte tuimelaars. Pas met het inkruisen van Scanderoons (Neurenberger Bagadetten) kwam de gewenste lengte en ronding. Voor schedelbreedte kon men terug grijpen op de Owls en de Show Antwerps.

Exhibition Homer

Het is niet meer vast te stellen vanaf welk tijdstip de Exhibition-Homer als een zelfstandig ras gezien moet worden. De oudste afbeelding van een EH is te vinden op een olieverfschilderij van A. Beer uit het begin van deze eeuw. Deze afbeelding zou ook nu nog als ideaalbeeld kunnen dienen. Het is niet aannemelijk dat die Engelse fokkers uit de beginjaren zich van de ene dag op de andere een dermate van al het bestaande afwijkende kopbelijning visualiseerden. Het ligt meer voor de hand om te veronderstellen dat de uiteindelijke vormgeving van het ras een steeds verder gaande ontwikkeling is geweest van het materiaal dat al op hun hokken aanwezig was. Jammer genoeg is het mij niet gelukt betrouwbare gegevens over het precieze ontstaan van dit ras te bemachtigen. Wel staat vast dat de EH ontstaan is in dezelfde hokken en gefokt werd door dezelfde sierduivenfokkers die ook de Show Homer gecreëerd hebben.

Opnieuw hadden de echte homer (wedstrijdduiven) fokkers niets met de creatie van alweer een nieuw homerras van doen In zijn geboorteland heeft de EH nooit het succes van de SH kunnen evenaren. Zelfs in de hoogtij- dagen van de Engelse sierduivenhobby, tussen beide wereldoorlogen, was het aantal inzendingen op de Crystal Palace en de Dairy Shows in Devon maar een fractie van die van de SH.

In de vijftiger jaren was de combinatie Matthews en Lewis uit N.Devon/Engeland enorm succesvol met dit ras. Met hun blauwe duivin "Lady Supreme II" waren zij in53, 54 en 55 onverslaanbaar. In "The Pigeon" van Wendell Mitchell Levi is op pagina 78 een foto van deze duivin afgebeeld. Voor de huidige stand van het ras wordt de voorkop langer en de schedel vlakker gewenst. Opmerkelijk genoeg was het een buitenlander (Charel Verdonck uit Oud Turnhout/B) die gedurende meer dan twintig jaar de stand van dit ras bij ons op, een hoog, peil heeft gehouden. Gedurende al die jaren was hij met zijn Exhibition Homers op vrijwel al onze nationale tentoonstellingen aanwezig Helaas, door gezondheidsproblemen gedwongen, heeft Charel in 1994 vrijwel al zijn duiven (waaronder ook de Homerrassen) op moeten ruimen. Fokmateriaal uit zijn stam heeft zijn weg naar alle fokkers van dit bijzondere ras in ons land gevonden. Het aantal EH fokkers was in Nederland altijd al op de vingers van één hand te tellen als zon topfokker weg valt laat dat een grote leegte na. Sytze de Bruine geeft de laatste jaren in dit ras bij ons de toon aan. Vooral in blauw, zwartgeband en blauwkras beschikt hij over topmateriaal. De rood- en de blauw gekrasten in ons land zijn veelal nafok van de door wijlen Dhr. T.A. Diels uit Engeland geïmporteerde dieren. Door kruising met de blauwen is de kwaliteit van deze kleurslagen zichtbaar gestegen. In het verleden zijn de accenten bij de keuringen misschien iets verkeerd gelegd. Aan de markante hoekige achterkopbelijning werd teveel aandacht gegeven. Vooral duivinnen met wat weinig kopsubstantie tonen veelal prachtig gehoekte achterkoppen. De laatste jaren is men tot het besef gekomen dat als men de substantie van snavel en voorkop wil behouden men iets toleranter moet zijn met de achterkopbelijning. Op de jl. VDT Schau in Dortmund en de Nationale Rassegeflügelschau in Frankfurt/Dld. waren de EH met resp. 33 en 38 stuks. vertegenwoordigd. Manfred Unger uit Wald-Michelbach en Heinz Trumpfheller uit Bad-König zijn daar sinds jaar en dag de te kloppen mannen. In de Duitse standaard wordt, in tegen- stelling tot de Nederlandse een lange snavel verlangd. Bij ons ligt het accent op een lange voorkop. Dit is een wezenlijk verschil. Uitgaande van een gelijke totale koplengte toont de duif met een korte snavel veel meer harmonie en kopsubstantie. Ik denk dat de Nederlandse dieren ook qua body, iedere vergelijking met die van de ons omringende landen kunnen doorstaan.

Schilderij gemaakt door J. Hatzmann in 2006

Rasomschrijving

Uit het bovenstaande is reeds op te maken dat de kopbelijning bij de EH kwaliteitsbepalend is. In de Amerikaanse standaard wordt voor ieder onderdeel punten gegeven. Op een totaal van honderd worden er voor kop, snavel, neuswratten, ogen enz. maar liefst zeventig punten gereserveerd. Voor het totaal van alle andere raskenmerken resteren dan nog 30 punten. De stand wordt bijvoorbeeld met hoogstens zes en de conditie met twee punten gewaardeerd. Zo extreem gaat het er bij ons gelukkig niet aan toe. EH met een uitmuntende kopbelijning moeten voor een hoog predikaat tenminste een F type, een ZG. stand en dito conditie tonen 

Het type

Wordt, volgens de standaard, middelgroot verlangd. Door fokkers en keurmeesters wordt echter de voorkeur gegeven aan krachtige wat grotere types. Vooral overjarige doffers zijn maar iets kleiner dan Show Homers. Als ze te klein worden gaat dat onherroepelijk ten koste van de kopsubstantie. Voor mij staat vast dat veel lengte in de voorkop gepaard gaat met veel lengte in de achterpartij. De in de standaard gevraagde korte staart moet als een nog niet te verwezenlijken ideaal gezien worden. De ringmaat (10 mm) zegt al veel over de benen. Krachtig, hoogstens middellang, niet te dicht bij elkaar en vrij ver naar achteren geplaatst. In stand willen we geen stramme benen maar iets buiging in de hielgewrichten zien. Borst breed en vol, iets voor de vleugelbogen uitkomende. Als de vleugelbogen niet door de borstbevedering worden afgedekt wordt daar geen aanmerking over gemaakt. De hals wordt middellang en krachtig verlangd, dus vol uit de borst komende maar smaller verlopende naar de keel. Vooral dat laatste is erg belangrijk, het is onmogelijk op een dikke bovenhals de gewenste scherpe keeluitsnijding te realiseren. Vleugels, vooral aan de vleugeldracht wordt grote aandacht gegeven. Een slechte rugafdekking komt bij de EH vrijwel nooit voor en dat euvel moeten we bij dit ras beslist niet in laten sluipen. Iedere neiging om de vleugeleinden te laten zakken moet hard bestraft worden.

Stand

Wordt vrij hoog opgericht verlangd. De halsdracht is daarbij vrijwel verticaal, rug en staart vormen een nagenoeg rechte aflopende lijn. Over het algemeen hebben de EH weinig problemen met de stand. Als ze echt te vlak staan is ZG, ondanks eventuele andere kwaliteiten, hun hoogste deel.

Kopbelijning

n plaatje zegt meer dan duizend woorden is op het onderstaande volledig van toepassing. Fors, krachtig, lang met een volkomen vlakke schedel is de wens. Het ideaal is natuurlijk veel lengte en veel substantie. Jammer genoeg missen die extra lange koppen altijd substantie. In de praktijk moeten we met een compromis genoegen nemen. De voorkop- lengte wordt bepaald door de afstand tussen oog en mondhoek. De snavel willen we zo kort en stomp mogelijk. Van boven en van opzij gezien moet de kop een wigvormige belijning tonen. De kopdracht wordt afgemeten aan de lijn die wordt gevormd door boven- en ondersnavel, horizontaal verlangd. De denkbeeldig doorgetrokken snavellijn moet onder het oog doorlopen. Het hoogste en breedste punt van de schedel ligt achter de ogen. De volkomen vlak gewenste schedel vormt één geheel met de snavel. De zijdelingse schedelbelijning (van boven gezien) moet zonder kneep of welke onderbreking dan ook vanaf de achterkop wigvormig verlopen naar de snavelpunt. De achterkop moet hoekig overgaan in de nek. Zoals reeds eerder opgemerkt vertonen dieren met weinig kopsubstantie gewoonlijk de meest markante achterkopbelijning. Het belang van een scherpe keeluitsnijding kan niet vaak genoeg herhaald worden. EH met een volle keel tonen altijd te weinig lengte in de voorkop.

In de literatuur wordt de minimale voorkoplengte, gemeten van midden oog tot snavelpunt, met 1 7/8 inch (+/- 47 mm) aangegeven. Aan deze eis kunnen de tegenwoordige dieren probleemloos voldoen.

Vaak voorkomende fouten in de kopbelijning

Te grove neuswratten die aan de zijkant de kopbelijning verstoren komen wel het meeste voor. Ook kneep is een veel voorkomend euvel. Nafok van Engelse importdieren hebben soms een wat bolle kopbelijning (vermoedelijk het gevolg van het infokken van Show Homers). Volle kelen en uitgezakte of slecht bevederde oogranden zijn ook nog al eens vast te stellen.

Snavel

De kwaliteit van een EH kan haast aan de snavel afgemeten worden. Een EH met de gewenste korte, stompe maar vooral rechte snavel is ook in de andere koppunten vrijwel altijd een uitblinker.

Oogkleur en Oogranden

De gewenste oogkleur is voor alle kleurslagen licht parelkleurig. Een volkomen witte oogkleur zoals bijvoorbeeld bij een Hagenaar wordt niet geëist. Bij jonge dieren moeten de laatste slagpennen volgroeid zijn alvorens men de hoogste eisen kan stellen. Bij oude dieren moet de oogkleur aan redelijke eisen voldoen. Oogranden, fijn van structuur, de kleur is aangepast aan de bevedering. Een veel voorkomend euvel bij dit ras is een ovale omsluiting van het oog en een slechte of gedeeltelijk ontbrekende bevedering van de onderoogrand. Een en ander moet in de kooi vast gesteld worden. Het is lelijk en dient op de kaart vermeld te worden 

Neusdoppen

Een belangrijk raskenmerk bij de EH is de wratvorm (de middenscheiding die vrijwel tot aan de snavelpunt doorloopt) geldt bij alle andere Schoonheidspostduivenrassen als een uitsluitingsfout. Lang V-vormig met een fijne gladde structuur en een volkomen bevederde. middenscheiding zijn de verdere eisen.

Kleurslagen, kleur en tekening

Blauw, blauwzilver, rood- en geelzilver in geband en gekrast daar moeten we het mee doen. Bont of getijgerd is niet erkend, zelfs een witte rug wordt als sterk foutief beschouwd. Het mooie lichte duivenblauw zul je dan ook bij de EH maar zelden aantreffen. Bij de blauw zwartgebanden stoort soms wat pepering op de achterschilden. Schone schilden bij de zilvers is ook nog lang geen gemeengoed. Als het minimaal is kan aan dergelijke dieren nog steeds het predikaat F gegeven worden.

Productiviteit

De EH staan er voor bekend dat ze probleemloos zelf hun jongen kunnen grootbrengen. In Duitsland paart men oudere dieren vaak aan een jongere partner in de verwachting dat dit de productiviteit ten goede komt. Bepaalde stammen schijnen nogal vechtlustig te zijn en daardoor minder geschikt om samen met andere rassen te worden gehouden.

Tot slot

Voor adressen van fokkers of andere inlichtingen betreffende de Homerrassen kunt u zich wenden tot de secretaris van de "Schoonheids Postduiven Club" in Nederland.

Geraadpleegde literatuur

De postduivenrassen door C.A.M. Spruijt

The Pigeon door Wendell Mitchell Levi

Taubenrassen door Joachim Schütte

Handbuch der Taubenrassen door Schütte, Stach en Wolters

==================================================================================================================================================

Verslag rasbegeleidingscommissie 2010                           

De exhibition Homer het afgelopen showseizoen.

Er is niet veel nieuws te melden over de EH. Het enige waar we op willen hameren is dat een EH meer dan een kop en snavel alleen is. Het is wel 1 van de belangrijkste raskenmerken maar als er bv geen body is of de stand is niet correct dan moet daar op gedrukt worden. Alles moet in verhouding zijn dus ook de snavel, deze moet wel fors zijn maar we moeten niet overdrijven.

De oogranden zijn momenteel een groot probleem, de vorm moet volgens de standaard rond zijn. 90 % van de EHs hebben ovale oogranden wat te maken heeft met de grote lengte in de voorkop. Wat nog storender is als men een EH. in de hand neemt voor de beoordeling van het oog en je ziet dan aan de boven kant geen iris kleur maar alleen pupil. Ook dit moeten we niet willen,dus meer aandacht voor de oogranden is zeker gewenst. Te weinig bevedering onder de oogrand is ook een regelmatig voorkomend euvel. Het is lelijk. Ook de oogkleur is niet altijd even goed. Bij jonge dieren is clementie gewenst maar bij oude moeten we de juiste parelogen zien maar ook ogen waar een grijze waas door het wit zit en dus duidelijk minder is, maar nogmaals meer aandacht voor de oogranden is gewenst!

De kwaliteit van de EH in Nederland staat op een hoog peil. Laten we hopen dat dit zo blijft.

Fokker: S. de Bruine

Keurmeester: D. Admiraal

Maart 2011

De Exhibition Homer is in de onderstaande kleurslagen erkend.

De geel gemarkeerde kleurslagen zijn met ingang van showseizoen 2011 erkend.

Donker, dominant rood, dominant geel, blauw ongeband, blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband, blauw gekrast, blauwzilver gekrast, roodzilver gekrast, geelzilver gekrast, blauw donkergekrast, blauw schimmel.

===================================================================================================================================================================

DE  De Exhibition Homer in het tentoonstellingsseizoen 2011/2012                Maart 2012

 

      Waar we op moeten letten is dat een EH meer dan een kop en snavel alleen is. Het is wel 1 van de belangrijkste raskenmerken maar als er bv geen body is of de stand is niet correct

      dan moet daar op gedrukt worden. Alles moet in verhouding zijn dus ook de snavel, deze moet wel fors zijn en een doffer moet ook een echte forse dofferkop hebben met  de

     bijbehorende dikke stompe korte onder en bovensnavel. Een aantal dieren die afgelopen seizoen hoog hebben gescoord toonden een perfect afhellende stand, een gladde bevedering   met met name ook in de halsbevedering. Toch waren er soms doffers die hoog scoorden maar wel de forse dofferkop misten. Ik heb ook dieren gezien met perfecte koppen maar die het     dan toch in de vaste stand met de mooie gestrekte hals lieten afweten.

      Punt van aandacht is soms wel de brede staartdracht. We moeten hier goed op selecteren. Ook de vleugeldracht verdient onze aandacht. Afhangende vleugels zijn lelijk en dient        bes  bestraft te worden. Het is niet nodig, er zijn genoeg dieren zonder dit euvel.

      De oogranden blijven we aan werken alhoewel het volgens mij bijna niet is te verwezenlijken om met die lange voorkoppen een ronde oogrand te fokken., de vorm moet

      volgens de standaard rond zijn. 90 % van de EHs hebben ovale oogranden wat te maken heeft met de grote lengte in de voorkop. Ook dat je soms aan de bovenkant van het oog een        g     gedeelte van de iris niet ziet  maar alleen de pupil is een euvel wat regelmatig te zien is. Het dient op de kaart vermeld te worden. Ook daar moeten we proberen beter op

      te selecteren.

   .  Te weinig bevedering onder de oogrand is ook een regelmatig voorkomend euvel. Het is lelijk. Meer aandacht voor de oogranden is dus gewenst! Ook de oogkleur is niet altijd even

      goed. Bij jonge dieren is clementie gewenst tot ze zijn uit geruid maar bij oude moeten we de juiste parelogen zien en een pareloog is een pareloog, rode adering erin is niet goed.

      Door selectie moeten we dit zien kwijt te raken.

      Vanaf het komende tentoonstellingsseizoen geldt een wijziging/aanpassing van de standaards van de Engelse rassen, waaronder ook de Show Homer. Het accent komt nog meer te

      liggen op de kopvorm en snavel, gevolgd door neusdoppen, ogen en oogranden (de complete kop) en daarna het type, stand en houding. Neemt niet weg dat type, stand en

      houding nu minder belangrijk zouden zijn. Een duif met een uitmuntende kop en een G type en stand zal nooit een hoog predicaat mogen krijgen.

 

     S. de Bruine/ D. Admiraal

===================================================================================================================================================================

DE E

 
 

De hieronder afgebeelde Exhibition Homers zijn fokproducten van S. de Bruine.


De doffer linksboven (fokker S. de Bruine) werd Fraaiste oude doffer van de show op Avicorni 2007 en winnaar van een kampioensdiploma.