Index    Nieuws    Vererving   NSP  DSP   Dragoon    Gen.Homer   Show Homer  Ex.Homer   Show Antwerp  Giant Homer   Show Racer
 
BTTR   Gastenboek   Ledenlijst   Vraag & aanbod Links Rasbegeleidingscommissie

 

 

 

 

 

De Show Antwerp

                          

 

 

 

 

 

 

De Show Antwerp heeft als uitgangsbasis gediend voor alle Engelse en Amerikaanse Schoonheidspostduivenrassen. In alle oude literatuur betreffende vlieg- en schoonheidspostduiven wordt dit feit steeds aangehaald. Oorspronkelijk was het één van de vele types Belgische vliegpostduiven maar op het einde van de vorige eeuw werd het in Engeland geperfectioneerd tot het huidige Schoonheidspostduivenras.

Geschiedenis

In de tweede helft van de 19e eeuw werden veel duiven vanuit België in Engeland geïmporteerd vanwege hun vliegeigenschappen en gebruikt ter verbetering van het postduiven bestand. Onder deze importdieren bevonden zich nogal wat verschillende types, uit diverse bloedlijnen, met afwijkende kopvormen, snavelvormen en wratontwikkeling. Deze types werden, afhankelijk van de streek van herkomst o.a. aangeduid als Luiks-, Antwerps - en Brugs type.  

De Antwerps, zoals de duiven met de zwaardere snavel en wat meer wratontwikkeling kortheidshalve werden genoemd, zijn omstreeks 1870 in Engeland geïmporteerd en voor het eerst in 1870 op de Crystal Palace Show geshowd door Tegetmeier, waarna er in 1890 een speciaalclub van de Antwerp werd opgericht.

In de eerste jaren, na de import, showde men het originele vliegtype, als curiositeit, er was nog niets mee gebeurd, dit was het materiaal wat beoordeeld werd als een (bijzondere) vliegduif. In die beginjaren werd het ras als tentoonstellingsvogel snel populair en er ontstond een grote concentratie fokkers in en rond Keighley, West Yorkshire, noordoost Engeland, waar men vanaf 1905 de clubshows hield. Na de 1e W.O. lag het accent meer zuidelijk in Engeland en werden er op de clubshow van 1922, gehouden in Cambridge, zo’n 117 Antwerps ingezonden. Werd er aanvankelijk in Engeland alleen over Antwerps of Antwerp Carriers gesproken, later werd dat via Exhibition Antwerp tot Show Antwerp. Door allerlei experimenten, d.w.z. kruisingen met reeds bestaande showrassen, zoals de Engelse Owl, de Barb, Carrier, Neurenberger Bagadet en het Runt, ontstonden er in die tijd drie gezichtlengtes, die als zodanig ook in de standaard werden toegelaten. Dat was de kortgezicht (short faced) met een maximale lengte van 37,5 mm, de middengezicht (medium faced) met een lengte tot maximaal 41,3 mm en de langgezicht (long faced) met een lengte van méér dan 41,3 mm. Die lengte werd bepaald door meting van de afstand tussen de snavelpunt en het midden van het oog. Deze informatie is van de Engelse speciaalclub, terwijl er in The Book of Pigeons van Fulton (1895), iets afwijkende maten worden aangetroffen, nl. 1 3/8 inch voor de kortgezicht, 1 5/8 inch voor de middengezicht en méér dan 1 3/4 inch voor de langgezicht. In 1924 besloot de Engelse speciaalclub om uitsluitend te kiezen voor de short faced en de long faced. Na de vijftiger jaren is het in Engeland met de Antwerp steeds minder geworden, vooral omdat er vanuit de hele wereld een grote belangstelling ontstond voor de Show Antwerp, waardoor er veel dieren voor zeer véél geld werden verkocht en geëxporteerd.

Jammer genoeg was die buitenlandse belangstelling in de meeste gevallen niet bedoeld voor een wereldwijde verspreiding van het ras. Het ras bleek erg gewild vanwege z'n specifieke kopvorm(en), waardoor het voor tal van rassen werd gebruikt om zo'n ras te verbeteren. Bekend is in ieder geval dat de Duitse Schoonheidspostduif hiermee aanzienlijk werd verbeterd, ook is het ras gebruikt voor verbetering van de Antwerpse Smierel, de Valkenet of lndianer en wat later voor de American Show Racer.

Huidige stand van zaken

De Show Antwerp is geen ras wat je "er zomaar even bij neemt”, het is een ras voor specialisten en volhouders. Dat is dan ook de reden dat het aantal fokkers gering blijft.

Op dit moment treft men het ras nog maar spaarzaam aan, er zijn nog enkele Show Antwerp fokkers in Engeland, Nederland, België, Duitsland en in U.S.A. In Duitsland zijn enkele fokkers actief met de fok van de Show Antwerp, waarbij de Engelse Owl wordt gebruikt. Resultaat is dat zij weliswaar korte types hebben, maar zij missen de karakteristieke eierkop en de volle wangen. Voor kenners is het niet dé echte Show Antwerp. In Nederland en in Engeland ziet men nog de echte Show Antwerps. Doordat er vele jaren in Nederland weinig Show Antwerps op de show te zien waren en fokker(s) noch keurmeesters precies wisten waar ze aan toe waren met de 3 koplengtes, is in een speciale bijeenkomst van de Schoonheidspostduivenclub begin de tachtiger jaren voor het middengezicht gekozen. De standaard is daar ook op afgestemd. Op dat moment was er in Nederland één fokker van de Show Antwerp in de persoon van H. Schrama uit Biddinghuizen. Zijn dieren waren zeer rastypisch, maar hadden vaak wel wat kortere koppen. Midden jaren tachtig moest dhr. Schrama in verband met drukke werkzaamheden de fok met de Show Antwerp beëindigen en ging de gehele stam over naar Dennis van Doom in Middelburg die tot op de dag van vandaag dit ras is trouw gebleven en jaarlijks prachtige dieren weet te showen. Jammer is het dat geregeld nieuwe fokkers na enkele jaren afhaken.

Het ras

De Show Antwerp is een ras dat echt thuishoort in de Schoonheidspostduivengroep en met name bij de Engelse Homers. Qua gedrag komt de Show Antwerp sterk overeen met z'n neven de Show Homer en de Exhibition Homer. Verder valt op dat de bouw van de Show Antwerp, met name de bek en de benen, dezelfde grofheid hebben als die van de andere Engelse Schoonheidspostduivenrassen. De bevedering voelt hetzelfde aan en vaak zien we bij de Show Antwerp die typische, wat bredere vleugelbanden en vertoont ook de krastekening dezelfde onregelmatigheid, zoals de Show Homer die dat ook laat zien. Tenslotte moeten alle Engelse Schoonheidspostduivenrassen afhellend staan en daarbij een goed ontwikkelde borst tonen.

De fok

De Show Antwerps zijn prima in het leggen van eieren en de bevruchting is over het algemeen zeer goed te noemen. In het koude voorjaar kunnen eieren in het eerste rondje wel eens onbevrucht zijn. Ze broeden prima, maar ze zitten – evenals de andere Engelse schoonheden – wel “zwaar” op de eieren. Men moet dan ook zorgen dat ze de eieren niet stuk zitten. Een eenvoudige oplossing is het in de broedschotel leggen van een stukje schuimrubber met een dikte van zo’n 8 mm. De broedschotel wordt met het stukje schuimrubber in een krant ingepakt. Tabakstelen mogen daarbij niet gebruikt worden. Als de duif gaat doorzitten, drukken ze de eieren in het schuimrubber en blijven daardoor heel. Als de jongen een week oud zijn, moet het schuimrubber worden verwijderd. Dan wel tabakstelen gebruiken om onder meer “het zwemmen” van de jongen tegen te gaan, in het bijzonder wanneer ze alleen in de schotel liggen.

De opfok van de jongen verloopt niet altijd naar wens. De Show Antwerp is niet altijd een goede voedster voor de jongen. Het ene koppel brengt de jongen wel groot en het andere koppel laat het na een tweetal weken afweten. Hierop kan – en moet – geselecteerd worden.

Een oplossing is het laten grootbrengen van de jongen door bijv. de Exhibition Homers. Dit Engelse Homerras heeft daar totaal geen moeite mee. Men kan dan de jongen ook omruilen. Door de lange snavel is het voor de Show Antwerps dan gemakkelijker om de jongen te voeren. Erg belangrijk is dat de Show Antwerps jongen grootbrengen opdat dit er niet uitgefokt wordt.

Het selecteren

Wanneer de jonge Show Antwerps zijn opgegroeid moet de fokker wat geduld hebben bij het selecteren. Pas na een jaar is het type volledig uitgegroeid en is met name de kop volledig “gevuld”. Toch zijn er voor die tijd al de nodige fouten aan de kop te ontdekken. Zo is een te zwakke ondersnavel al snel waar te nemen, bovendien zal zo'n snavel niet goed sluiten en de bovensnavel vaak storend oversteken. Ook op wrat- en snaveldruk kan al snel geselecteerd worden. De kop kan in een vroeg stadium al herkenbaar te vlakke gedeelten in de voorkop vertonen. Vaak zien we dan een vlakke voorkop, met een sterk afhellende snavel. Ook te geronde koppen, dus terug naar het kortgezicht, komen regelmatig voor, maar wanneer deze vogels voldoende andere kwaliteiten bezitten kunnen ze worden aangehouden om, in combinatie met een juiste partner met b.v. een langere kop, voor nakomelingen met de juiste kopvorm te zorgen.

 

 

Specifieke aandachtspunten bij de beoordeling

Algemeen voorkomen

De Show Antwerp is een middelgrote duif, die niet te lang in achterpartij mag zijn, met een opgerichte houding en waarbij de staart de grond niet mag raken. Heeft een brede borst welke naar voren tredend wordt gedragen. De markante kop wordt horizontaal gedragen en heeft een zware, dikke en stompe snavel.

Type

Kort, breed en vlak in de schouders met wigvormig lichaam.

Stand

De stand is opgericht dus afhellend, maar de duif is beslist niet hoog gesteld. De krachtige benen zijn van gemiddelde lengte, die achterwaarts zijn ingeplant.

Kop

Brede schedel die van boven gezien wigvormig dient te zijn. Van opzij gezien moet de kop een vloeiende booglijn van snavelpunt tot het achterhoofd laten zien, het accent ligt niet in de voorkop, ofwel er mag geen sprake zijn van een voorhoofdstop of “vulling” in de voorkop. Het hoogste punt van de kop ligt boven de ogen. Door de goed gevulde wangen ontstaat een onderkopbelijning die het spiegelbeeld is van de bovenkopbelijning. De afstand tussen de mondhoek en het oog bepaalt de koplengte en moet enige lengte hebben.

Ogen en oogranden

Bij wit een donker oog en bij de andere kleurslagen is de oogkleur van oranjerood tot donkerrood. Afwijkende oogkleuren, zoals parelogen, matte ogen of een donkere, kastanjebruine oogkleur zijn niet gewenst. De oogranden mogen de ronde oogvorm niet verstoren, ze dienen smal en fijn te zijn. Bij oudere dieren zien we vaak wat bredere oogranden, hetgeen ze minder geschikt maakt voor de show.

Snavel

De snavel is middellang, zeer krachtig en stomp. De boven- en ondersnavelhelften zijn nagenoeg even dik en dienen van opzij gezien, goed gesloten te zijn. Dieren met zwakke snavels zijn ongewenst en dienen van tentoonstellen en fokkerij te worden uitgesloten. De kleur van de snavel is, afhankelijk van de veerkleur, donker tot zwart en bij lichte kleurslagen hoornkleurig.

Neusdoppen

De neusdoppen zijn glad van structuur en breed, waarbij de bovenzijde slechts licht hartvormig is. Bij topdieren zien we graag, bij zijaanzicht de zeer rastypische zwakke "S-vormige" neusdoppen. Bij oudere dieren worden de neusdoppen wat grof. Dit maakt de Show Antwerp minder geschikt voor de show. Dit is voornamelijk bij oude doffers het geval.

Keel

De keel is goed uitgesneden en mag absoluut geen enkele vorm van wam laten zien. Een goed uitgesneden keel geeft de kopvorm een (in combinatie met de goed gevulde wangen) gedeeltelijk denkbeeldige onderlijn die gelijk is aan de bovenlijn. Een te scherp uitgesneden keel, zoals die van een Show Racer is niet gewenst.

  

 

 

 

 

 

 

 

  

Show Antwerp – blauw zwartgeband – eig.: Dennis van Doorn

 

 

 

 

 

 

 

 

De kopstudie van deze Show Antwerp toont de brede schedel, de krachtige boven- en ondersnavel, de S-vormige neusdoppen en intens rood oog

Hals

Krachtige verticaal gedragen hals, die een korte indruk geeft en nergens dun mag zijn.

Borst

Breed en vooral vóór de vleugelbogen uitkomend.

Rug

Breed bij de schouders, relatief kort en versmallend naar de staart. De ruglijn is met de staart één rechte afhellende lijn.

Vleugels

Brede vleugels, die de rug goed afdekken en waarvan de uiteinden op de staart rusten.

Staart

De staart mag de grond net niet raken en is daarom niet te lang, met brede staartpennen.

Benen

Krachtige, bijna korte, benen die onbevederd zijn. Soms zien we wat bekousing optreden.

Bevedering

De bevedering voelt zacht aan en dient glad en strak aanliggend te zijn. Over het algemeen ziet men bij de Show Antwerps een wat minder strakke bevedering dan bijv. bij de Exhibition Homer. Losse halsbevedering en aanleg voor jabot dienen uitgeselecteerd te worden. Slag- en staartpennen zijn breed en krachtig.

Kleurslagen

Eénkleurig in wit, zwart, bruin, donker, dominant rood en dominant geel. Blauw zwartgeband, roodzilvergeband, blauwzilver donkergeband, geelzilvergeband. Blauw-, donker-, roodzilver-, bruinzilver-, blauwzilver- en geelzilver gekrast.

Het ras kent geen schimmels en bonten.

De meest voorkomende kleuren zijn de blauwzwartgebanden, blauwgekrasten, roodzilvergebanden en roodzilvergekrasten.

Beoordeling

Na het type en de stand zijn de kop en snavel minstens zo belangrijk. Alhoewel het een echt kopras is, staat het type en de stand op de eerste plaats. Na de kop en snavel volgen de ogen en de oogranden en als laatste kleur en tekening.

Deze opsomming geeft duidelijk aan dat het onderdeel kleur en tekening de laagste prioriteit heeft; dat is dan ook de reden dat er over de strakheid van de banden, de regelmaat van de krastekening of afwijkingen in kleur, niet moeilijk wordt gedaan, het is geen kleurduif.

==================================================================================================================================================

 

Verslag van de rasbegeleidingscommissie

Show Antwerp:   seizoen 2010 – 2011.

De Show Antwerp (SA) is afgelopen seizoen weer in populariteit gestegen. Was het voorgaande jaren nog Cees van Oeveren en Dennis van Doorn, afgelopen jaar is er een nieuwe actieve fokker/inzender bijgekomen; Jo Weyns uit België. Op de Clubdag was hij voor het eerst van de partij. Wat dat betreft, zit de Show Antwerp dus in een stijgende lijn.

In het voorbije tentoonstellingsseizoen konden we op een aantal tentoonstellingen enkele fraaie collecties Show Antwerps bewonderen. De eerste collectie zagen we in oktober op onze Jongdierendag in Nijmegen, vervolgens zagen we – onder meer – collecties SA op SZN Loon op Zand, Delta-Show Vlissingen, Keistadshow Amersfoort, Noordshow Zuidlaren en op de clubshow bij de Champion Show in Nieuwegein (tevens NBS Bondsshow). 

Het meest belangrijke is en blijft het type, de stand en de kop. In de praktijk wordt er door de fokkers eerst naar de kop gekeken en vervolgens naar het type en stand. Zeker in Engeland, waar “de rest” van meer ondergeschikt belang is. Maar willen we een mooie SA hebben, dan zal hij een goede afhellende stand moeten hebben. Voor veel dieren is dat eigenlijk geen probleem.

In type zagen we dit jaar prima dieren, mooie krachtige vogels met prima borstdiepte en –breedte. Waar we wel op moeten letten is de achterpartij, deze mag niet te lang zijn/worden.

De afhellende stand is voor de meeste SA’s geen probleem, zoals zojuist al is aangehaald.

De kop en de snavel zijn bij de SA zeer belangrijk, en zoals ik al schreef, bij velen het allerbelangrijkste. We verlangen een middellang gezicht, waarbij van snavelpunt tot in de nek een regelmatig sterk geronde booglijn te zien is met een goede vulling boven de ogen.

En hier schort het wel eens aan, zoals onderbrekingen in de belijning, te smal in de voorkop, snaveldruk en wratdruk dat getoond wordt.

Verder is een brede en krachtige onder- en bovensnavel die met de kopronding goed meeloopt van groot belang. De neuswratten mogen de belijning niet verstoren. Bij oudere doffers is dit niet altijd te realiseren en moeten we dat niet al te zwaar aanrekenen.

Ons is opgevallen dat in het afgelopen seizoen we een aantal prachtige dieren met fraaie koppen konden zien, een fraaie belijning met een zware boven- en ondersnavel. Daarbij een prima stand en fraai type en ze kregen terecht ook 96 punten.

Daarbij ook een aantal dieren waren te smal in kop of te kort in voorhoofd, moesten een (veel) krachtiger onder- en bovensnavel hebben of hadden last van wratdruk.

Op de tentoonstellingen kwamen we weinig dieren tegen met foutieve ogen of oogranden. Brede of grove oogranden moeten gedrukt worden in predicaat.

In de praktijk zien we nauwelijks foutieve oogranden. De meeste dieren hadden mooie en goedgekleurde oogranden.

De neusdoppen verlangen we fijn en glad met die rastypische S-vorm! Bij oude doffers moeten we dit enigszins tolereren, als deze wat grover worden.

Kleur en tekening zijn op de Engelse schaal van 100 maar zo’n 5 punten. Er wordt weinig waarde gehecht bij onze Engelse topfokkers. Toch moet er wel een kleurtje op zitten.

De meeste kleuren zijn wel in orde; blauw zwartgeband en blauw- en donkergekrast zijn doorgaans prima. Bij de blauwen zien we wel eens wat vlekjes op het schild, bij de blauw gekrasten of donker gekrasten is de krastekening wel eens wat verwaterd. Kenner-keurmeesters schrijven dan op de beoordelingskaart: “kan iets helderder van schild” of “krastekening kan iets scherper” en waarderen dit zeer terecht niet af, want het is tenslotte geen kleurduif!!!

Bij de roodzilver gebanden en roodzilver gekrasten hetzelfde. Hier zien we ook dieren die een wat meer “verfrommelde” bandkleur hebben of verwaterde krastekening. Liefst zo doorgekleurd mogelijk, maar een uitstekend dier in de belangrijkste onderdelen kan altijd nog met 96 punten op de show zitten.

We kunnen stellen dat we over onze SA niet ontevreden mogen zijn, want we zijn maar met zo weinig fokkers in Nederland, maar ook daarbuiten, dat we met dit mooie ras toch voorzichtig om moeten gaan. Het is en blijft een ras voor de echte liefhebber en doorzetter.

De Rasbegeleidingscommissie,

Keurmeester: Theo Rijks

Fokker: Dennis van Doorn

Augustus 2011.

De Show Antwerp is in de onderstaande kleurslagen erkend.

De geel gemarkeerde kleurslagen zijn met ingang van showseizoen 2011 erkend.

wit, zwart, dun, rood, geel, bruin, dominant rood, dominant geel, donker, blauw ongeband, blauw zwartgeband, blauwzilver donkergeband, roodzilver geband, geelzilver geband, bruinzilver geband, blauw gekrast, blauwzilver gekrast, roodzilver gekrast, geelzilver gekrast, bruinzilver gekrast, blauw donkergekrast, zwart donkergetijgerd ,dun donkergetijgerd, blauw donkergetijgerd, rood donkergetijgerd, geel donkergetijgerd, bruin donkergetijgerd, bont in alle vorengenoemde kleuren

====================================================================================================================================================================

De Show Antwerp in het tentoonstellingsseizoen 2011 – 2012                         Maart 2012                   

Afgelopen seizoen zat de Show Antwerp (SA) in een rustig vaarwater.

Er is eigenlijk weinig nieuws te melden t.o.v. het seizoen ervoor.

Afgelopen seizoen zijn er weer fraaie SA’s  op een aantal grote tentoonstellingen te bewonderen geweest, waaronder de Jongdierendag van de SPC, Delta-Show Vlissingen, Keistadshow Amersfoort, Noordshow Zuidlaren en op de clubshow bij de Champion Show in Nieuwegein (tevens NBS Bondsshow).

Het meest belangrijke is en blijft het type, de stand en de kop. In de praktijk wordt er door de fokkers eerst naar de kop gekeken en vervolgens naar het type en stand. Zeker in Engeland, waar de kop het meest belangrijke onderdeel van de gehele SA is en waar “de rest” van meer ondergeschikt belang is. Maar willen we een mooie SA hebben, dan zal hij een goede afhellende stand moeten hebben. Voor veel dieren is dat eigenlijk geen probleem.

In type zagen we dit jaar weer prima dieren, mooie krachtige vogels met prima borstdiepte en –breedte. Waar we wel op moeten letten is de achterpartij, deze mag niet te lang zijn/worden.

De afhellende stand is voor de meeste SA’s geen probleem, zoals zojuist al is aangehaald.

De kop en de snavel zijn bij de SA zeer belangrijk, en zoals ik al schreef, bij velen het allerbelangrijkste. We verlangen een middellang gezicht, waarbij van snavelpunt tot in de nek een regelmatig sterk geronde booglijn te zien is met een goede vulling boven de ogen.

En hier schort het wel eens aan, zoals onderbrekingen in de belijning, te smal in de voorkop, snaveldruk en wratdruk dat getoond wordt.

Verder is een brede en krachtige onder- en bovensnavel die met de kopronding goed meeloopt van groot belang. De neuswratten mogen de belijning niet verstoren. Bij oudere doffers is dit niet altijd te realiseren en moeten we dat niet al te zwaar aanrekenen.

Ons is opgevallen dat in het afgelopen seizoen we een aantal prachtige dieren met fraaie koppen konden zien, een fraaie belijning met een zware boven- en ondersnavel. Daarbij een prima stand en fraai type en ze kregen terecht ook 96 punten.

Daarbij ook een aantal dieren waren te smal in kop of te kort in voorhoofd, moesten een (veel) krachtiger onder- en bovensnavel hebben of hadden last van wratdruk.

Op de tentoonstellingen kwamen we weinig dieren tegen met foutieve ogen of oogranden. Brede of grove oogranden moeten gedrukt worden in predicaat.

In de praktijk zien we nauwelijks foutieve oogranden. De meeste dieren hadden mooie en goedgekleurde oogranden.

De neusdoppen verlangen we fijn en glad met die rastypische S-vorm! Bij oude doffers moeten we dit enigszins tolereren, als deze wat grover worden.

Kleur en tekening zijn op de Engelse schaal van 100 maar zo’n 10 punten. Er wordt weinig waarde gehecht bij onze Engelse topfokkers. Toch moet er wel een kleurtje op zitten.

De meeste kleuren zijn wel in orde; blauw zwartgeband en blauw- en donkergekrast zijn doorgaans prima. Bij de blauwen zien we wel eens wat vlekjes op het schild, bij de blauw gekrasten of donker gekrasten is de krastekening wel eens wat verwaterd. Kenner-keurmeesters schrijven dan op de beoordelingskaart: “kan iets helderder van schild” of “krastekening kan iets scherper” en waarderen dit zeer terecht niet af, want het is tenslotte geen kleurduif!!!

Bij de roodzilver gebanden en roodzilver gekrasten hetzelfde. Hier zien we ook dieren die een wat meer “verfrommelde” bandkleur hebben of verwaterde krastekening. Liefst zo doorgekleurd mogelijk, maar een uitstekend dier in de belangrijkste onderdelen kan altijd nog met 96 punten op de show zitten.

We kunnen stellen dat we over onze SA niet ontevreden mogen zijn, want we zijn maar met zo weinig fokkers in Nederland, maar ook daarbuiten, dat we met dit mooie ras toch voorzichtig om moeten gaan. Het is en blijft een ras voor de echte liefhebber en doorzetter.

Tenslotte wil ik u attent maken op komend seizoen; de standaards van de Engelse rassen, waaronder dus de Show Antwerp zijn inmiddels veranderd, dat wil zeggen; het accent komt nog meer te liggen op de kopvorm met snavel en neusdoppen, gevolgd door ogen en oogranden en daarna pas het type, stand en houding.

Deze relevante wijzigingen voor zowel de fokker als de keurmeester is ook dit boekje opgenomen in een artikel van Han van Doorn. Hij licht dit hier nader toe.

De Rasbegeleidingscommissie,

Dennis van Doorn/Th. Rijks

Augustus 2012

====================================================================================================================================================================