SHOW ANTWERP
![]() De Show Antwerp heeft als uitgangsbasis gediend voor alle Engelse en Amerikaanse Schoonheidspostduivenrassen. In alle oude literatuur betreffende vlieg- en schoonheidspostduiven wordt dit feit steeds aangehaald. Oorspronkelijk was het één van de vele types Belgische vliegpostduiven maar op het einde van de vorige eeuw werd het in Engeland geperfectioneerd tot het huidige Schoonheidspostduivenras. Geschiedenis In de tweede helft van de 19e eeuw werden veel duiven vanuit België in Engeland geïmporteerd vanwege hun vliegeigenschappen en gebruikt ter verbetering van het postduiven bestand. Onder deze importdieren bevonden zich nogal wat verschillende types, uit diverse bloedlijnen, met afwijkende kopvormen, snavelvormen en wratontwikkeling. Deze types werden, afhankelijk van de streek van herkomst o.a. aangeduid als Luiks-, Antwerps - en Brugs type. De Antwerps, zoals de duiven met de zwaardere snavel en wat meer wratontwikkeling kortheidshalve werden genoemd, zijn omstreeks 1870 in Engeland geïmporteerd en voor het eerst in 1870 op de Crystal Palace Show geshowd door Tegetmeier, waarna er in 1890 een speciaalclub van de Antwerp werd opgericht. In de eerste jaren, na de import, showde men het originele vliegtype, als curiositeit, er was nog niets mee gebeurd, dit was het materiaal wat beoordeeld werd als een (bijzondere) vliegduif. In die beginjaren werd het ras als tentoonstellingsvogel snel populair en er ontstond een grote concentratie fokkers in en rond Keighley, West Yorkshire, noordoost Engeland, waar men vanaf 1905 de clubshows hield. Na de 1e W.O. lag het accent meer zuidelijk in Engeland en werden er op de clubshow van 1922, gehouden in Cambridge, zo’n 117 Antwerps ingezonden. Werd er aanvankelijk in Engeland alleen over Antwerps of Antwerp Carriers gesproken, later werd dat via Exhibition Antwerp tot Show Antwerp. Door allerlei experimenten, d.w.z. kruisingen met reeds bestaande showrassen, zoals de Engelse Owl, de Barb, Carrier, Neurenberger Bagadet en het Runt, ontstonden er in die tijd drie gezichtlengtes, die als zodanig ook in de standaard werden toegelaten. Dat was de kortgezicht (short faced) met een maximale lengte van 37,5 mm, de middengezicht (medium faced) met een lengte tot maximaal 41,3 mm en de langgezicht (long faced) met een lengte van méér dan 41,3 mm. Die lengte werd bepaald door meting van de afstand tussen de snavelpunt en het midden van het oog. Deze informatie is van de Engelse speciaalclub, terwijl er in The Book of Pigeons van Fulton (1895), iets afwijkende maten worden aangetroffen, nl. 1 3/8 inch voor de kortgezicht, 1 5/8 inch voor de middengezicht en méér dan 1 3/4 inch voor de langgezicht. In 1924 besloot de Engelse speciaalclub om uitsluitend te kiezen voor de short faced en de long faced. Na de vijftiger jaren is het in Engeland met de Antwerp steeds minder geworden, vooral omdat er vanuit de hele wereld een grote belangstelling ontstond voor de Show Antwerp, waardoor er veel dieren voor zeer véél geld werden verkocht en geëxporteerd. Jammer genoeg was die buitenlandse belangstelling in de meeste gevallen niet bedoeld voor een wereldwijde verspreiding van het ras. Het ras bleek erg gewild vanwege z'n specifieke kopvorm(en), waardoor het voor tal van rassen werd gebruikt om zo'n ras te verbeteren. Bekend is in ieder geval dat de Duitse Schoonheidspostduif hiermee aanzienlijk werd verbeterd, ook is het ras gebruikt voor verbetering van de Antwerpse Smierel, de Valkenet of lndianer en wat later voor de American Show Racer. Huidige stand van zaken De Show Antwerp is geen ras wat je "er zomaar even bij neemt”, het is een ras voor specialisten en volhouders. Dat is dan ook de reden dat het aantal fokkers gering blijft. Op dit moment treft men het ras nog maar spaarzaam aan, er zijn nog enkele Show Antwerp fokkers in Engeland, Nederland, België, Duitsland en in U.S.A. In Duitsland zijn enkele fokkers actief met de fok van de Show Antwerp, waarbij de Engelse Owl wordt gebruikt. Resultaat is dat zij weliswaar korte types hebben, maar zij missen de karakteristieke eierkop en de volle wangen. Voor kenners is het niet dé echte Show Antwerp. In Nederland en in Engeland ziet men nog de echte Show Antwerps. Doordat er vele jaren in Nederland weinig Show Antwerps op de show te zien waren en fokker(s) noch keurmeesters precies wisten waar ze aan toe waren met de 3 koplengtes, is in een speciale bijeenkomst van de Schoonheidspostduivenclub begin de tachtiger jaren voor het middengezicht gekozen. De standaard is daar ook op afgestemd. Op dat moment was er in Nederland één fokker van de Show Antwerp in de persoon van H. Schrama uit Biddinghuizen. Zijn dieren waren zeer rastypisch, maar hadden vaak wel wat kortere koppen. Midden jaren tachtig moest dhr. Schrama in verband met drukke werkzaamheden de fok met de Show Antwerp beëindigen en ging de gehele stam over naar Dennis van Doom in Middelburg die tot op de dag van vandaag dit ras is trouw gebleven en jaarlijks prachtige dieren weet te showen. Jammer is het dat geregeld nieuwe fokkers na enkele jaren afhaken. Het ras De Show Antwerp is een ras dat echt thuishoort in de Schoonheidspostduivengroep en met name bij de Engelse Homers. Qua gedrag komt de Show Antwerp sterk overeen met z'n neven de Show Homer en de Exhibition Homer. Verder valt op dat de bouw van de Show Antwerp, met name de bek en de benen, dezelfde grofheid hebben als die van de andere Engelse Schoonheidspostduivenrassen. De bevedering voelt hetzelfde aan en vaak zien we bij de Show Antwerp die typische, wat bredere vleugelbanden en vertoont ook de krastekening dezelfde onregelmatigheid, zoals de Show Homer die dat ook laat zien. Tenslotte moeten alle Engelse Schoonheidspostduivenrassen afhellend staan en daarbij een goed ontwikkelde borst tonen. De fok De Show Antwerps zijn prima in het leggen van eieren en de bevruchting is over het algemeen zeer goed te noemen. In het koude voorjaar kunnen eieren in het eerste rondje wel eens onbevrucht zijn. Ze broeden prima, maar ze zitten – evenals de andere Engelse schoonheden – wel “zwaar” op de eieren. Men moet dan ook zorgen dat ze de eieren niet stuk zitten. Een eenvoudige oplossing is het in de broedschotel leggen van een stukje schuimrubber met een dikte van zo’n 8 mm. De broedschotel wordt met het stukje schuimrubber in een krant ingepakt. Tabakstelen mogen daarbij niet gebruikt worden. Als de duif gaat doorzitten, drukken ze de eieren in het schuimrubber en blijven daardoor heel. Als de jongen een week oud zijn, moet het schuimrubber worden verwijderd. Dan wel tabakstelen gebruiken om onder meer “het zwemmen” van de jongen tegen te gaan, in het bijzonder wanneer ze alleen in de schotel liggen. De opfok van de jongen verloopt niet altijd naar wens. De Show Antwerp is niet altijd een goede voedster voor de jongen. Het ene koppel brengt de jongen wel groot en het andere koppel laat het na een tweetal weken afweten. Hierop kan – en moet – geselecteerd worden. Een oplossing is het laten grootbrengen van de jongen door bijv. de Exhibition Homers. Dit Engelse Homerras heeft daar totaal geen moeite mee. Men kan dan de jongen ook omruilen. Door de lange snavel is het voor de Show Antwerps dan gemakkelijker om de jongen te voeren. Erg belangrijk is dat de Show Antwerps jongen grootbrengen opdat dit er niet uitgefokt wordt. Het selecteren Wanneer de jonge Show Antwerps zijn opgegroeid moet de fokker wat geduld hebben bij het selecteren. Pas na een jaar is het type volledig uitgegroeid en is met name de kop volledig “gevuld”. Toch zijn er voor die tijd al de nodige fouten aan de kop te ontdekken. Zo is een te zwakke ondersnavel al snel waar te nemen, bovendien zal zo'n snavel niet goed sluiten en de bovensnavel vaak storend oversteken. Ook op wrat- en snaveldruk kan al snel geselecteerd worden. De kop kan in een vroeg stadium al herkenbaar te vlakke gedeelten in de voorkop vertonen. Vaak zien we dan een vlakke voorkop, met een sterk afhellende snavel. Ook te geronde koppen, dus terug naar het kortgezicht, komen regelmatig voor, maar wanneer deze vogels voldoende andere kwaliteiten bezitten kunnen ze worden aangehouden om, in combinatie met een juiste partner met b.v. een langere kop, voor nakomelingen met de juiste kopvorm te zorgen.
Specifieke aandachtspunten bij de beoordeling Algemeen voorkomen De Show Antwerp is een middelgrote duif, die niet te lang in achterpartij mag zijn, met een opgerichte houding en waarbij de staart de grond niet mag raken. Heeft een brede borst welke naar voren tredend wordt gedragen. De markante kop wordt horizontaal gedragen en heeft een zware, dikke en stompe snavel. Type Kort, breed en vlak in de schouders met wigvormig lichaam. Stand De stand is opgericht dus afhellend, maar de duif is beslist niet hoog gesteld. De krachtige benen zijn van gemiddelde lengte, die achterwaarts zijn ingeplant. Kop Brede schedel die van boven gezien wigvormig dient te zijn. Van opzij gezien moet de kop een vloeiende booglijn van snavelpunt tot het achterhoofd laten zien, het accent ligt niet in de voorkop, ofwel er mag geen sprake zijn van een voorhoofdstop of “vulling” in de voorkop. Het hoogste punt van de kop ligt boven de ogen. Door de goed gevulde wangen ontstaat een onderkopbelijning die het spiegelbeeld is van de bovenkopbelijning. De afstand tussen de mondhoek en het oog bepaalt de koplengte en moet enige lengte hebben. Ogen en oogranden Bij wit een donker oog en bij de andere kleurslagen is de oogkleur van oranjerood tot donkerrood. Afwijkende oogkleuren, zoals parelogen, matte ogen of een donkere, kastanjebruine oogkleur zijn niet gewenst. De oogranden mogen de ronde oogvorm niet verstoren, ze dienen smal en fijn te zijn. Bij oudere dieren zien we vaak wat bredere oogranden, hetgeen ze minder geschikt maakt voor de show. Snavel De snavel is middellang, zeer krachtig en stomp. De boven- en ondersnavelhelften zijn nagenoeg even dik en dienen van opzij gezien, goed gesloten te zijn. Dieren met zwakke snavels zijn ongewenst en dienen van tentoonstellen en fokkerij te worden uitgesloten. De kleur van de snavel is, afhankelijk van de veerkleur, donker tot zwart en bij lichte kleurslagen hoornkleurig. Neusdoppen De neusdoppen zijn glad van structuur en breed, waarbij de bovenzijde slechts licht hartvormig is. Bij topdieren zien we graag, bij zijaanzicht de zeer rastypische zwakke "S-vormige" neusdoppen. Bij oudere dieren worden de neusdoppen wat grof. Dit maakt de Show Antwerp minder geschikt voor de show. Dit is voornamelijk bij oude doffers het geval. Keel De keel is goed uitgesneden en mag absoluut geen enkele vorm van wam laten zien. Een goed uitgesneden keel geeft de kopvorm een (in combinatie met de goed gevulde wangen) gedeeltelijk denkbeeldige onderlijn die gelijk is aan de bovenlijn. Een te scherp uitgesneden keel, zoals die van een Show Racer is niet gewenst.
Show Antwerp – blauw zwartgeband – eig.: Dennis van Doorn
De kopstudie van deze Show Antwerp toont de brede schedel, de krachtige boven- en ondersnavel, de S-vormige neusdoppen en intens rood oog Hals Krachtige verticaal gedragen hals, die een korte indruk geeft en nergens dun mag zijn. Borst Breed en vooral vóór de vleugelbogen uitkomend. Rug Breed bij de schouders, relatief kort en versmallend naar de staart. De ruglijn is met de staart één rechte afhellende lijn. Vleugels Brede vleugels, die de rug goed afdekken en waarvan de uiteinden op de staart rusten. Staart De staart mag de grond net niet raken en is daarom niet te lang, met brede staartpennen. Benen Krachtige, bijna korte, benen die onbevederd zijn. Soms zien we wat bekousing optreden. Bevedering De bevedering voelt zacht aan en dient glad en strak aanliggend te zijn. Over het algemeen ziet men bij de Show Antwerps een wat minder strakke bevedering dan bijv. bij de Exhibition Homer. Losse halsbevedering en aanleg voor jabot dienen uitgeselecteerd te worden. Slag- en staartpennen zijn breed en krachtig. Kleurslagen Eénkleurig in wit, zwart, bruin, donker, dominant rood en dominant geel. Blauw zwartgeband, roodzilvergeband, blauwzilver donkergeband, geelzilvergeband. Blauw-, donker-, roodzilver-, bruinzilver-, blauwzilver- en geelzilver gekrast. Het ras kent geen schimmels en bonten. De meest voorkomende kleuren zijn de blauwzwartgebanden, blauwgekrasten, roodzilvergebanden en roodzilvergekrasten. Beoordeling Na het type en de stand zijn de kop en snavel minstens zo belangrijk. Alhoewel het een echt kopras is, staat het type en de stand op de eerste plaats. Na de kop en snavel volgen de ogen en de oogranden en als laatste kleur en tekening. Deze opsomming geeft duidelijk aan dat het onderdeel kleur en tekening de laagste prioriteit heeft; dat is dan ook de reden dat er over de strakheid van de banden, de regelmaat van de krastekening of afwijkingen in kleur, niet moeilijk wordt gedaan, het is geen kleurduif.
|